BBEMG - Belgian BioElectroMagnetics Group

Belgian BioElectroMagnetics Group

Epidemiologische studies in het algemeen

Epidemiologische studies in het algemeen

RECENT ONDERZOEK NAAR EMF EN GEZONDHEIDSRISICO’S
Elfde rapport van de Wetenschappelijke Raad voor elektromagnetische velden van SSM, 2016
Research Report number: 2016: 15 - ISSN: 2000-0456
Beschikbaar op www.stralsakerhetsmyndigheten.se

Conclusies over de ELF epidemiologische studies.

De nieuwe studies over ELF-MF blootstelling en kinderleukemie waren klein en veranderen dus de huidige interpretatie over dit onderwerp niet. Kankerstudies bij volwassen geven geen indicatie voor een toename van het risico in een groot cohort onderzoek naar het verband tussen het gebruik van elektrische dekens en schildklierkanker en ook niet in een grote studie over beroepsmatige ELF-MF blootstelling en acute myeloïde leukemie. Voor ALS suggereerde een grote Zweedse bevolkingsstudie dat elektrische schokken, maar niet de blootstelling ELF-MF, een risicofactor kunnen zijn in de werkende bevolking jonger dan 65 jaar. Dit in tegenstelling tot studies die vorig jaar verschenen die aangaven dat het omgekeerde het geval is. Deze vraag blijft dus vooralsnog onopgelost. Voor niet-vasculaire dementie heeft een Nederlandse studie aanwijzingen voor een verband met blootstelling aan ELF-MF. Slechts enkele observationele studies naar blootstelling aan ELF-MF en symptomen zijn in de loop van de afgelopen tien jaar zijn gepubliceerd en bijgevolg zijn studieresultaten schaars. Een groot cross-sectioneel onderzoek vond een aantal associaties met zelf-gerapporteerde blootstelling aan elektrische apparaten. De beperking voor de interpretatie van deze bevinding is dat zowel de uitkomst als de blootstelling worden gerapporteerd door dezelfde persoon.

RISICOANALYSE VAN DE MENSELIJKE BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN
Europese health risk assessment network on electromagnetic fields exposure
http://efhran.polimi.it/docs/EFHRAN_D2_final

Voor geen enkele ziekte is er voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband tussen de blootstelling aan laagfrequente velden en het risico op de ziekte.

Er is beperkt bewijs voor een verband tussen magnetische velden en het risico op leukemie bij kinderen. Deze evaluatie geeft de huidige stand van kennis die epidemiologische studies hebben aangetoond nl. dat er een verband is met een zekere mate van consistentie tussen residentiële blootstelling aan de 50/60 Hz frequentie magnetische velden boven ongeveer 0,3/0,4 µT en een tweevoudig risico op kinderleukemie. Maar de waargenomen associatie alleen is niet voldoende om te besluiten dat er een causaal verband is.

Er is onvoldoende bewijs met betrekking tot andere ziekten, maar de redenen van deze evaluaties zijn wisselend. Voor de ziekte van Alzheimer is het bewijs suggestief, maar in vergelijking met de leukemie bij kinderen zijn de studies kleiner in aantal en minder consistent. Omdat de recente, methodologisch betere studies een associatie suggereren zijn er voldoende argumenten voor verdere studies naar dit onderwerp. De situatie is vergelijkbaar voor hersentumoren bij kinderen. Hier kunnen de resultaten van een lopende gepoolde analyse een nieuwe evaluatie nodig maken.

Amyotrofische laterale sclerose is een derde ziekte waarvoor er sprake is van een indicatie van een verhoogd risico, maar de gegevens zijn niet consistent genoeg om tot een beperkt bewijs te besluiten.

Voor hersentumoren bij volwassenen blijkt dat de meer recente studies eerder een ontbreken van een effect suggereren, maar omwille van positieve resultaten bij andere studies blijft de indeling van onvoldoende bewijs behouden. Voor alle andere vormen van kanker, andere neurodegeneratieve ziekten en voor subjectieve symptomen, toont de indeling van onvoldoende bewijs vooral het gebrek aan gegevens. Echter, vanwege de zwakke biologische plausibiliteit lijkt er geen groeiende vraag om verdere studies uit te voeren.

Er is gebrek aan bewijs voor borstkanker en hart- en vaatziekten. Voor borstkanker, waren er geen nieuwe studies, maar omdat er al een groot aantal studies beschikbaar waren op het moment van de vorige evaluaties is deze beoordeling heel robuust. Voor hart- en vaatziekten was er een nieuwe studie die de afwezigheid van een vereniging bevestigt.

Er is voortdurend discussie over de vraag of niet-specifieke symptomen kunnen worden veroorzaakt door blootstelling aan ELF-velden, en of sommige individuen een toegenomen gevoeligheid voor blootstelling, gewoonlijk aangeduid als elektrische overgevoeligheid (EHS) vertonen. Omdat dit een langdurige discussie is met een reeks van mislukkingen om EHS aan te tonen, suggereert de algehele evaluatie een gebrek aan effect. Gezien de onzekerheid over de rol van EMF in de etiologie van deze aandoening, heeft de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) voorgesteld dat EHS beter moeten worden benoemd als Idiopathische Omgevings Intolerantie met toeschrijving aan elektromagnetische velden.

SCENIHR WETENSCHAPPELIJK COMITE VOOR NIEUWE EN RECENT VASTGESTELDE GEZONDHEIDS-RISICO’S: Mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling aan elektromagnetische velden, 27 januari 2015
http://ec.europa.eu/health/scientific_committees/emerging/docs/scenihr_o_041.pdf

Het doel van dit advies is om de SCENIHR Opinies van 19 januari 2009 'Gezondheidseffecten van blootstelling aan elektromagnetische velden' en van 6 juli 2009 'Onderzoeksbehoeften en methodologie om de resterende lacunes in de kennis over de mogelijke gezondheidseffecten van EMV aan te pakken' te actualiseren in het licht van nieuw beschikbare informatie sindsdien, en om speciale aandacht te besteden aan gebieden waar in het vorige advies belangrijke kennislacunes werden geïdentificeerd.

De gezondheidseffecten van extreem laagfrequente (ELF) elektrische velden (EV)en magnetische velden (MV).

De epidemiologische studies zijn consistent met eerdere bevindingen van een verhoogd risico op kinderleukemie bij geschatte dagelijkse gemiddelde blootstellingen hoger dan 0,3 à 0,4 µT. Zoals opgenomen in de eerdere adviezen, zijn hiervoor geen mechanismen geïdentificeerd en is er van uit experimentele studies geen ondersteuning voor deze bevindingen. Dit samen met de tekortkomingen van de epidemiologische studies laten geen causale verklaring toe.

Epidemiologische studies bieden geen overtuigend bewijs van een verhoogd risico op neurodegeneratieve ziekten, zoals dementie, in relatie tot netfrequentie MV blootstelling. Bovendien tonen ze geen bewijs van ongunstige zwangerschapsuitkomsten ten gevolge van ELF MV. De studies over effecten op de gezondheid van kinderen in relatie tot residentiële ELF MV blootstelling van hun moeder tijdens de zwangerschap gaan gepaard met methodologische problemen die moeten worden aangepakt. Ze suggereren ongeloofwaardige effecten en moeten afzonderlijk worden gerepliceerd voordat ze kunnen worden gebruikt voor risicobeoordeling. Recente onderzoeken hebben geen effect van de ELF velden op de voortplantingsfunctie van de mens gevonden.

Onderzoeken naar mogelijke effecten van ELF blootstelling op het waak EEG zijn te heterogeen met betrekking tot de toegepaste gebieden, de duur van de blootstelling, het aantal betrokken leads, en de statistische methoden om tot een eenduidige conclusie te komen. Hetzelfde geldt voor gedragsuitkomsten en corticale prikkelbaarheid.

Globaal geven de bestaande studies geen overtuigend bewijs voor een oorzakelijk verband tussen ELF MV blootstelling en zelf-gerapporteerde symptomen.

SCENIHR WETENSCHAPPELIJK COMITE VOOR NIEUWE EN OPKOMENDE GEZONDHEIDS-RISICO’S.
Directoraat–Generaal voor gezondheid en consumentenbescherming van de Europese Unie, 19 Januari 2009

Extreem laag frequentie elektromagnetische velden (ELF)
De weinige nieuwe epidemiologische en dierstudies die de relaties tussen ELF blootstelling en kanker bestudeerden wijzigen de bestaande stelling dat ELF een mogelijke kankerverwekker omwille van een verhoogd risico op kinderleukemie niet. Tot op heden hebben in vitro studies geen mechanistische verklaring kunnen geven voor deze epidemiologische vaststelling. Er zijn geen studies die een causaal verband aantonen tussen ELF velden en zelfgerapporteerde symptomen.

Nieuwe epidemiologische studies duiden op een mogelijk toenemen van het risico op ziekte van Alzheimer ten gevolge van ELF blootstelling. Verder epidemio-logisch en experimenteel onderzoek is hier nodig.

Recente dierstudies geven een indicatie van een effect op het zenuwstelsel als de flux dichtheid hoger is dan 0.10-1.0 mT. Er zijn echter nog steeds geen definitieve conclusies met betrekking tot gezondheidseffecten bij de mens.

Weinig recente in vitro studies hebben gezocht naar niet-kanker gezondheidseffecten en deze studies zijn weinig relevant. Er is een gebrek aan in vitro studies gebaseerd op een hypothese in verband met specifieke ziekten.

Het is opvallend dat in vivo en in vitro studies effecten aantonen bij blootstellingsniveau’s (0.10 mT en meer) aan ELF velden die aanzienlijk hoger zijn dan de niveaus die men bestudeert in de epidemiologische studies (µT-niveau). Dit vergt verder onderzoek.

OMGEVINGSBLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN GEZONDHEID. STANDPUNT VAN HET FRANSE INSTITUUT VOOR GEZONDHEIDSBEWAKING.
Institut de Veille Sanitaire, 20/11/20104
http://www.invs.sante.fr/fr/Publications-et-outils/Avis-et-note-de-position/Expositions-environnementales-aux-champs-electromagnetiques-et-sante

Verscheidene epidemiologische onderzoeksresultaten wijzen op een verhoogd risico op kinderleukemie bij blootstelling aan relatief hoge omgevingsblootstellingen aan ELF-EMV, hoger dan 0,4 µT gemiddeld gedurende meer dan 24 uur, zoals in de directe omgeving van hoogspanningslijnen met hoge of zeer spanning (THT).

In Frankrijk zou1,8% van de bevolking een dergelijke blootstelling hebben en in 10 tot 20% van de gevallen is dit geassocieerd met hoogspanningslijnen. De resultaten van de nationale Geocap case-control studie werden gepubliceerd in 2013. Deze studie van Inserm was bedoeld om het risico op acute leukemie bij kinderen te bestuderen in verband met blootstelling aan ELF-EMV. Het risico voor leukemie werd op het vasteland van Frankrijk geëvalueerd op basis van de afstand tot hoogspanningslijnen. Het omvat 2779 gevallen van acute leukemie bij kinderen vastgesteld in de periode 2002-2007 en 30.000 controles. De studie vond een verhoogd risico op acute leukemie als de woning gelegen is binnen 50 meter van een THT lijn (225 en 400 kV), met een odds ratio (OR) van 1,7 (betrouwbaarheidsinterval 95% [0.9, 3.6]) voor alle leeftijdsgroepen. Voor kinderen onder de 5 jaar, is de OR gelijk aan 2.6 ([1,0, 7,0]), met een significante trend in de toename in functie van de inverse van de afstand. Er werd geen toename van het risico vastgesteld op meer dan 50 m van een THT hoogspanningslijn of rond een hoogspanningslijn met spanning 63-150 kV en er was geen andere belangrijke trend in functie van de afstand. De resultaten van deze studie, die voor het eerst is uitgevoerd over geheel Frankrijk, bevestigt de besluiten die reeds in de internationale literatuur werden aangegeven met een verhoogd risico van dezelfde grootteorde en meer specifiek bij kinderen jonger dan 5 jaar, op een afstand van minder 50 meter van THT lijnen of blootstelling aan een magnetisch veldsterkte groter dan 0,3 / 0,4 µT. De Geocap studie geeft geen nieuwe informatie over het gevaar van ELF-EMV, maar bevestigt eerdere kennis en toont aan dat de Franse situatie vergelijkbaar is met andere landen waar het risico is onderzocht.

De beschikbare epidemiologische studies zijn echter niet voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband tussen het optreden van leukemie en blootstelling aan ELF-EMV en deze resultaten zijn ook niet bevestigd door experimenteel onderzoek bij dieren. Dus is het alleen op basis van statistische associaties waargenomen in de epidemiologie dat het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) in 2002 ELF-EMF gerangschikt heeft in categorie 2B: mogelijk kankerverwekkend voor de mens.

Gezondheidseffecten zoals slaapstoornissen, hoofdpijn, reproductieve afwijkingen, hart- en vaatziekten en neurodegeneratieve ziekten zijn onderzocht op internationaal niveau in de afgelopen 30 jaar. Voor blootstellingen aan de frequentie van het elektriciteitsnet zoals die gemeten wordt in de algemene bevolking worden momenteel geen gezondheidseffecten als aangetoond causaal beschouwd. De WHO besloot in 2007 betreffende de niet-kanker pathologie dat "het wetenschappelijk bewijs voor een link met ELF-EMV veel lichter was dan voor kinderleukemie en in sommige gevallen (bijvoorbeeld voor hart- en vaatziekten) het bewijsmateriaal voldoende was om zeker te zijn dat ELF-EMF deze ziekten niet veroorzaken. In het licht van de meest recente gegevens heeft SCENIHR in 2009 het grootste deel van de bevindingen van 2007 bevestigd.

Epidemiologische studies hebben een statistisch verband tussen blootstelling aan ELF-EMV op de werkplek en het ontstaan van de ziekte van Alzheimer gevonden. Zij werden gebruikt in een meta-analyse in 2008 die het bestaan van een causaal verband niet kon aantonen. De heterogeniteit van de studies in deze meta-analyse maken het noodzakelijk de resultaten met voorzichtigheid te bekijken.

ENVIRONMENTAL HEALTH CRITERIA - MONOGRAPH N° 238: EXTREEM LAGE FREQUENTIE VELDEN.
http://www.who.int/peh-emf/publications/elf_ehc/en/index.html
Fact Sheet N° 322: ELECTROMAGNETISCHE VELDEN EN VOL KSGEZONDHEID: BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAGE FREQUENTIE VELDEN.
Wereld Gezondheidsorganisatie, Genève, Zwitzerland. 2007.
http://www.who.int/peh-emf/publications/elf_ehc/en/index.html

Een groot deel van de wetenschappelijke literatuur over de langetermijn effecten van ELF magnetische velden heeft zich toegespitst op kinderleukemie. In 2002 publiceerde IARC een monograaf waarin ze de ELF magnetische velden als ‘mogelijk kankerverwekkend’ klasseert. Deze classificatie wordt gebruikt voor agentia waarvoor er beperkte evidentie van de carcinogeniciteit bij mensen is en minder dan voldoende evidentie van carcinogeniciteit bij dieren (andere voorbeelden zijn koffie en lasrook). Deze classificatie was gebaseerd op pooled analysis van epidemiologische studies die een consistent verband tonen van een verdubbeling van het risico op kinderleukemie in de groep met een gemiddelde blootstelling aan residentiële 50/60 Hz magnetische velden hoger dan 0,3 à 0,4 microTesla. De studiegroep besloot dat nieuwe studies sindsdien geen aanleiding geven om deze classificatie te wijzigen.

Nochtans is de epidemiologische evidentie zwak door methodologische problemen zoals mogelijke selectie bias. Daarbij komt nog dat er geen aanvaard biofysisch mechanisme bestaat dat aantoont dat lage dosis blootstelling een rol speelt in het ontstaan van kanker. Dus, als er een effect is van lage dosis blootstelling, moet het plaatsvinden via een biologisch mechanisme dat op heden nog niet gekend is. Daar bovenop komt nog dat dierstudies overwegend negatieve resultaten opleveren. Alles bij elkaar genomen kan men zeggen dat de evidentie voor een associatie met kinderleukemie niet sterk genoeg is om als causaal te beschouwen.

Kinderleukemie is een relatief zeldzame ziekte met wereldwijd ongeveer 49.000 gevallen in het jaar 2000. Een gemiddelde blootstelling boven 0.3 μT is zeldzaam in woningen. Men schat dat ongeveer 1 tot 4% van de kinderen in dergelijke omstandigheden leven. Als het verband tussen magnetische velden en kinderleukemie causaal is, zou men wereldwijd tussen de 100 en 24.000 gevallen per jaar kunnen toeschrijven aan de blootstelling aan magnetische velden, wat overeen komt met 0.2 tot 4.95% van de totale inciidentie per jaar. Dus, als ELF magnetische velden effectief het risico op de ziekte verhogen is de impact op de volksgezondheid globaal genomen beperkt.

Een aantal andere nadelige gezondheidseffecten zijn bestudeerd op een mogelijk verband met blootstelling aan ELF magnetische velden. Voorbeelden hiervan zijn kanker bij kinderen en volwassenen, depressie, zelfmoord, cardiovasculaire aandoeningen, verstoring van de voortplanting, ontwikkelingsstoornissen, immunologische verstoringen, neurologische effecten en neurodegeneratieve aandoeningen. De WHO studiegroep concludeerde dat wetenschappelijke evidentie voor een associatie tussen blootstelling aan ELF magnetische velden en al deze gezondheidseffecten een stuk zwakker is dan voor kinderleukemie. Voor een aantal aandoeningen (zoals cardiovasculaire ziekten en borstkanker) is er evidentie dat er geen verband is.

50 Hz ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN, MELATONINE EN HET RISICO OP BORSTKANKER.
Rapport van de onafhankelijke Advies Groep Niet-Ioniserende Straling. Documents of the Health Protection Agency- Series B: Radiation, Chemical and Environmental Hazards, RCE-1, February 2006.

De blootstelling aan 50 Hz elektromagnetische velden (EMF) is alomtegenwoordig in het moderne leven. De hypothese dat chronische blootstelling aan EMF het risico op borstkanker kan verhogen via de vermindering van de secretie van het hormoon melatonine door de pijnappelklier is ongeveer 20 jaar geleden geopperd en heeft tot veel onderzoek geleid. Om deze hypothese te evalueren bekijkt dit rapport de bewijzen met betrekking tot 3 punten, namelijk:

a. EMF beïnvloeden de productie op de activiteiten van melatonine,
b. melatonine beïnvloedt het risico op borstkanker,
c. EMF beïnvloedt het risico op borstkanker.

Onderzoeken die gebruik maken van cellen, dieren en mensen konden geen consistent en overtuigend bewijs geven dat EMF blootstelling de melatonine productie of activiteit beïnvloedt. Er zijn echte tekortkomingen in het bestaande wetenschappelijk onderzoek wat de mogelijkheid op een effect open laat.

Er zijn sterkere bewijzen dat melatonine de groei is van kankercellen in labo culturen en proefdieren kan inhiberen. Gegevens rond de mogelijke relatie tussen melatonine niveaus en het risico op daaropvolgende borstkanker zijn beperkt en onbeslist. Studies die het effect van lichte blootstelling (die de melatonine beïnvloedt) op het risico van borstkanker bij mensen geven een aanzet van bewijs van een verband, maar laten niet toe te besluiten dat het verband causaal is. Er is geen consistent bewijs in cellulair, dierlijk en menselijk onderzoek dat EMF blootstelling een oorzaak van borstkanker is. Hiervoor is ook geen mechanisme gevonden.

Besluit: Globaal gezien is het bewijs dat melatonine en het tijdstip en duur van licht blootstelling het risico op borstkanker kan beïnvloeden niet geleverd. Alles bij elkaar genomen kan met de kennis van vandaag de hypothese dat blootstelling aan 50 Hz EMF melatonine niveaus of het risico op borstkanker beïnvloedt niet aanvaard worden.

GEZONDHEIDSEFFECTEN VAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN.
Expert Groep Gezondheidseffecten van Elektromagnetische Velden, Ierland.
Departement van Communicatie, Zee en Natuur, Ierland. 2007.

ELF velden kunnen elektrische velden en stromen induceren in weefsels wat kan leiden tot zenuw- en spierstimulatie, maar enkel bij zeer hoge veldsterkten. Deze acute effecten vormen de basis voor de internationale richtlijnen die de blootstelling begrenzen. De velden aanwezig in onze leefomgeving zijn zo laag dat ze geen acute effecten kunnen veroorzaken, met uitzondering van kleine elektrische schokken die kunnen optreden bij het aanraken van grote geleidende objecten opgeladen door deze velden. Nadelige gezondheidseffecten zijn niet vastgesteld onder de grenzen van de internationale richtlijnen.

Er is beperkt wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen ELF magnetische velden en kinderleukemie. Dit wil niet zeggen dat deze velden effectief kanker veroorzaken, maar deze mogelijkheid kan niet worden uitgesloten. Uitgebreid experimenteel onderzoek heeft geen bewijzen gevonden voor een verband en het globale bewijs wordt als zwak beschouwd wat inhoudt dat het onwaarschijnlijk is dat ELF magnetische velden kinderleukemie veroorzaken. Niettemin moeten de aanwijzingen niet zomaar opzij gelegd worden en wordt voorgesteld om voorzorgsmaatregelen die geen of lage kosten met zich meebrengen toe te passen.

Als voorzorgsmaatregel zouden toekomstige hoogspanningslijnen en elektrische installaties geplaatst moeten worden buiten dicht bevolkte zones om de blootstelling van de bevolking laag te houden. Het bewijs dat 50 Hz magnetische velden
kinderleukemie veroorzaken is te zwak om verplaatsing van bestaande lijnen te vragen. De voorzorgsmaatregelen beperken zich tot de nieuwe hoogspanningslijnen.

De conclusies van deze expert groep zijn gelijklopend met gelijkaardige aanbevelingen van andere nationale en internationale expert groepen.

EFFECTEN VAN EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDBESMETTING OP COGNITIEVE FUNCTIES: RESULTATEN VAN EEN META-ANALYSE.
Barth A, Ponocny I , Ponocny -Seliger E , Vana N, Winker R.
Bioelectromagnetics. 2010; 31: 173-179.

Er is uitgebreide literatuur over de mogelijke effecten van extreem laagfrequente magnetische velden (ELF-MV) op de menselijke cognitieve functies. Echter, vanwege methodologische tekortkomingen (bijv. lage statistische power, kleine steekproeven) zijn de bevindingen inconsistent. In deze studie proberen de auteurs om deze problemen op te lossen door het uitvoeren van een meta-analyse. Literatuur onderzoek leverde 17 studies op. Negen van deze werden opgenomen in de meta-analyse, omdat ze voldoen aan de minimale eisen (bv. ten minste enkelblind experimenteel studie-ontwerp en documentatie van het gemiddelde en de standaarddeviatie van de afhankelijke variabelen). Alle studies hebben gebruik gemaakt van een 50 Hz magnetisch veld blootstelling. Kleine maar significante effect-maten konden worden ontdekt in twee cognitieve dimensies: in het harde niveau van visuele discriminatie duur, presteerden blootgestelde personen beter dan de controlegroep; op het intermediaire niveau daarentegen presteerden blootgestelde subjecten slechter. Bovendien werd een significante verbetering van correcte antwoorden waargenomen in de dimensie van 'flexibiliteit' bij de blootgestelden. Echter, vanwege het kleine aantal studies per onderzoeksdimensie en de daaruit voortvloeiende instabiliteit van de ramingen, moeten deze bevindingen met uiterste voorzichtigheid behandeld worden.

Conclusie: Alles samen geven de resultaten van de meta-analyse weinig bewijs dat ELF-MV een effect hebben op cognitieve functies.

BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN (NIET-IONISERENDE STRALING) EN DE RELATIE MET LEUKEMIE BIJ KINDEREN: EEN SYSTEMATISCHE REVIEW.
Calvente I, Fernandez MF , Villalba J , Olea N , Nuñez MI.
Sci Total Environ. 2010; 408: 3062-3069.

Het primaire doel van dit onderzoek was om de huidige stand van zaken van de kennis betreffende de associatie tussen de omgevingsblootstelling aan niet-ioniserende straling en het risico van leukemie bij kinderen te analyseren. Wetenschappelijke publicaties tussen 1979 en 2008 betreffende onderzoek van deze associatie zijn geëvalueerd met behulp van de MEDLINE / PubMed database. Studies hebben tot heden een associatie tussen niet-ioniserende straling en het risico van leukemie bij kinderen niet overtuigend kunnen bevestigen of uitsluiten. Verschillen tussen de conclusies van de onderzoeken kunnen het gevolg zijn van verstorende factoren, selectie bias, en misclassificatie. Afwijkingen bij kinderen kunnen het gevolg zijn van genetische of epigenetische schade en van effecten op het embryo of de foetus, die zowel kunnen gerelateerd zijn worden aan de blootstelling van de ouder vóór de conceptie als tijdens de zwangerschap. Het is daarom van cruciaal belang voor onderzoekers om a priori het type en de "window" van de blootstelling te bepalen dat moet worden beoordeeld. Methodologische problemen die moeten worden opgelost zijn onder meer de juiste diagnostische classificatie van individuen en de evaluatie van de blootstelling aan niet-ioniserende straling, die via andere werkingsmechanismen een effect kan effecten.

HET EFFECT VAN LAAG-FREQUENTE ELECTROMAGNETISCHE VELDEN VAN OMGEVINGSSTERKTE OP DE ELEKTRISCHE ACTIVITEIT VAN DE HERSENEN: EEN KRITISCH REVIEW VAN DE LITERATUUR.
Carrubba S, Marino AA.
Electromagn Biol Med. 2008; 27 : 83-101.

Onderzoeken over de stimulus-response relatie tussen laag-frequente elektromagnetische velden (EMV) van een laag niveau en wijzigingen in de elektrische activiteit van de hersenen laten toe na te gaan of de hypothese dat EMV door het lichaam kunnen waargenomen worden via processen van sensoriële overdracht klopt. Deze onderzoeken zowel als deze betreffende de effecten op hersenactiviteit die waargenomen worden na een bepaalde tijd van blootstelling, worden in deze review kritisch bekeken. Een consistente stimulus-response relatie tussen EMV en wijzigingen in de hersenactiviteit is aangetoond bij dieren en mensen.

Besluit: De effecten die bestaan uit onset en offset evoked potentials werden waargenomen onder omstandigheden waarbij de gevolgtrekking mogelijk is dat de velden werden overgedragen als gewone stimuli zoals licht en geluid. Anderzijds, in tegenstelling tot de wijzigingen in hersenactiviteit geïnduceerd door deze stimuli, waren de wijzigingen geïnduceerd door de EMV beheerst door non-lineaire wetten. De studies die trachten te bepalen of een tijdelijke blootstelling aan EMV een metabolisch effect (aangetoond door pre- en post blootstelling verschillen in hersenactiviteit) voor gevolg hadden, waren over het algemeen niet overtuigend.

EEN META-ANALYSE NAAR DE RELATIE TUSSEN BLOOTSTELLING AAN ELF – EMF’S EN HET RISICO OP BORSTKANKER BUIJ VROUWEN.
Chen Q , Lang L , Wu W , Xu G , Zhang X , Li T , Huang H.
PLoS One . 2013 , 8 ( 7 ) : e69272 .

Het doel van deze studie is om de relatie tussen blootstelling aan extreem laagfrequente elektromagnetische velden ( ELF - EMV ) en de ontwikkeling van de vrouwelijke borstkanker te evalueren.

Verslagen van case-control studies gepubliceerd tussen 1990 en 2010 werden geanalyseerd. Het kwaliteit effectmodel werd gekozen om totale odds ratio’s (OR) te berekenen afhankelijk van de data van studies en de kwaliteitsscores. Subgroep analyses werden ook uitgevoerd volgens de situatie van de menopauze, oestrogene receptor en blootstellingsevaluatie.

Voor alle 23 studies was de OR 1.07 , 95% CI = 1,02-1,13 , voor oestrogeenreceptor positieve subgroep OR = 1.11 , 95% CI = 1,03-1,20; voor premenopauzale subgroep, OR = 1.11 , 95 % CI = 1,00-1,23 . De resultaten van andere subgroepen toonden geen significante associatie tussen ELF - EMF en vrouwelijke borstkanker.

Conclusie : ELF - EMF zou kunnen in verband zijn met een verhoogd risico voor vrouwelijke borstkanker, vooral voor premenopauzale en ER + vrouwen. Echter, het is noodzakelijk om betere epidemiologische onderzoeken uit te voeren wegens de beperkingen van de huidige studie, vooral wat betreft de blootstellingsbeoordeling.

BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAGE FREQUENTIE ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO OP BORSTKANKER BIJ VROUWEN: EEN META-ANALYSE OP BASIS VAN 24.338 GEVALLEN EN 60.628 CONTROLES.
Chen C, Ma X, Zhong Man, Yu Z.
Breast Cancer Res Treat. 2010; 123: 569-576.

Er is gesuggereerd dat blootstelling aan extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF-EMV) bij vrouwen het risico op borstkanker verhoogt, maar de onderzoeksgegevens hebben hiervoor geen bewijzen opgeleverd. Met het oog op een meer precieze schatting van de relatie, werd een meta-analyse uitgevoerd. Medline, PubMed, Embase, de Cochrane Library en Web of Science werden doorzocht. Ruwe Odds ratios met 95% betrouwbaarheidsinterval werden gebruikt om de sterkte van de associatie tussen blootstelling aan ELF elektromagnetische velden en het risico op borstkanker bij vrouwen te beoordelen. Een totaal van 15 studies gepubliceerd over de periode van 2000 tot 2009 met 24.338 gevallen en 60.628 controles waren betrokken bij deze meta-analyse. De resultaten toonden geen significante associatie tussen blootstelling aan ELF elektromagnetische velden en risico op borstkanker bij de vrouw zowel in de globale analyse (OR = 0,988, 95% CI = 0.898-1.088) als in alle analyses van subgroepen volgens blootstelling, menopauzale status, en oestrogeen receptor status. Dit resultaat is in overeenstemming met de vorige meta-analyse uitgevoerd door Erren in 2000.

Conclusie: Deze meta-analyse suggereert dat ELF-blootstelling aan elektromagnetische velden niet geassocieerd is met borstkanker bij vrouwen.

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN, OXIDATIEVE STRESS EN NEURODEGENERATIE.
Consales C, Merla C, Marino C, Benassi B.
Int J Cell Biol. 2012; 2012:683897.

Elektromagnetische velden (EMV) afkomstig van zowel van natuurlijke oorsprong als door de mens gemaakte bronnen doordringen ons milieu. Als mensen worden we voortdurend blootgesteld aan elektromagnetische velden in het dagelijks leven, het is een zaak van groot debat of ze kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens. Aan de hand van twee decennia van epidemiologische studies is een verhoogd risico op leukemie bij kinderen blootgesteld aan extreem laagfrequente velden vastgesteld. Dit zette in 2001het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek er toe aan om ELF EMV op te nemen op de 2B lijst van kankerverwekkende stoffen. EMV interactie met biologische systemen kan oxidatieve stress veroorzaken onder bepaalde omstandigheden. Omdat vrije radicalen essentieel zijn voor de cerebrale fysiologische processen en pathologische degeneratie is onderzoek gericht op de mogelijke invloed van door elektromagnetische velden aangedreven oxidatieve stress nog steeds bezig. Recente studies suggereren dat elektromagnetische velden kunnen bijdragen aan het ontstaan van neurodegeneratieve aandoeningen. Deze review synthetiseert de recente bewijzen over dit onderwerp, geeft aandacht voor de brede onzekerheid van data die nog steeds het EMF effect op de oxidatieve stress modulatie kenmerkt, omdat zowel pro-oxidant als neuroprotectieve effecten gedocumenteerd zijn. Er moet voor gezorgd worden om methodologische beperkingen te voorkomen en om de pathofysiologische relevantie te bepalen van elke wijziging in een aan elektromagnetische velden blootgesteld biologisch systeem.

AANNAMES IN KWANTITATIEVE ANALYSE VAN DE GEZONDHEIDSRISICO'S VAN HOOGSPANNINGSLIJNEN.
de Jong A, Wardekker J. A., van der Sluijs J.P.
Environmental Science & Policy. 2012; 16: 114-121.

Een van de belangrijkste problemen die een belemmering vormen voor de formulering van niet-betwistbare beleidsbeslissingen over de hedendaagse risico's is de aanwezigheid van onzekerheden in verschillende stadia van de beleidscyclus. In de literatuur zijn verschillende strategieën voorgesteld om het probleem van voorlopige en onzekere bewijzen aan te pakken. Reflecterende benaderingen zoals pedigree-analyse kunnen worden gebruikt om de kwaliteit van het bewijs te onderzoeken wanneer het kwantificeren van onzekerheden in het geding is. Een van de onderwerpen waar de kwaliteit van het bewijs de beleidsvorming belemmert is het geval van de elektromagnetische velden. Hier wordt een (statistische) associatie verondersteld van een verhoogd risico op leukemie bij kinderen in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen. Een biofysisch mechanisme dat deze associatie kan ondersteunen is tot vandaag echter niet gevonden. De Nederlandse overheid baseert haar beleid ten aanzien van bovengrondse hoogspanningslijnen op het voorzorgsbeginsel. Eerdere studies hebben voor Nederland het potentiële aantal extra gevallen van leukemie bij kinderen als gevolg van de aanwezigheid van bovengrondse elektriciteitsleidingen berekend. Een dergelijke kwantificering van het risico voor de gezondheid van elektromagnetische velden leidt tot een (groot) aantal veronderstellingen, zowel voor als in de berekeningsketen. In deze studie werden deze aannames opgelijst en kritisch beoordeeld in een experten workshop, met behulp van een pedigree matrix voor de karakterisering van de aannames in de beoordelingen. Het bleek dat de veronderstellingen die beschouwd werden belangrijk te zijn in het kwantificeren van de gezondheidsrisico's een hoge waardengeladenheid laten hebben.

Conclusie: De resultaten tonen aan dat, gezien de huidige stand van de kennis, het kwantificeren van de gezondheidsrisico's van elektromagnetische velden voorbarig is. De auteurs beschouwen de huidige implementatie van het voorzorgsbeginsel door de Nederlandse overheid als voldoende.

"DIRTY ELECTRICITY": WAT, WAAR EN MOETEN WE ONS ZORGEN MAKEN?
F. de Vocht
J Expo Sci Environ Epidemiol. 2010; 20: 399-405.

Milieu-blootstelling aan hoogfrequente spanningstransiënten (HFVT), ook wel dirty electricity of vuile elektriciteit genoemd, wordt door electro (hyper) gevoelige belangengroepen als een belangrijke biologische actieve component van elektromagnetische vervuiling aangeduid. Een literatuuronderzoek werd uitgevoerd in PubMed, waarbij slechts zeven artikelen werden geïdentificeerd. Blootstelling aan HFVT werd geassocieerd met een verhoogd risico op kanker, terwijl preferentiële verwijdering van 4-100 kHz HFVT 50 tot 60 Hz ELF circuits werd gekoppeld aan een aantal verbeteringen in de gezondheidstoestand (plasma glucosespiegels bij diabetespatiënten, symptomen van multiple sclerose, astma en andere aandoeningen van de luchtwegen, en slapeloosheid), het welzijn (vermoeidheid, frustratie, algemene gezondheid, irritatie, gevoel van voldoening, stemming), en gedrag van studenten. Echter, al deze gepubliceerde studies, werden zijn slachtoffer van belangrijke methodologische tekortkomingen in het ontwerp van de studie, de beoordeling van de blootstelling en de statistische analyse, waardoor een beoordeling van een oorzakelijk verband tussen deze blootstelling en negatieve effecten bniet mogelijk is.

Conclusie: Milieu-blootstelling aan HFVT is een interessante elektromagnetische veld blootstellingsparameter, die de valse resultaten van epidemiologisch onderzoek met behulp van 'standaard' ELF en RF-blootstellingsparameters zou kunnen verklaren. Echter, op dit moment laten methodologische problemen in de gepubliceerde studies niet toe een geldige beoordeling van het biologische effect te maken.

SYSTEMATISCHE REVIEW VAN DE BLOOTSTELLINGSEVALUATIE EN DE EPIDEMIOLOGIE VAN HOOGFREQUENTE SPANNINGSPIEKEN.
de Vocht F, Olsen RG.
Front Public Health. 2016; 4: 52.

De conclusies van epidemiologische studies die nadelige gezondheidseffecten als gevolg van blootstelling aan elektromagnetische velden beschrijven zijn niet unaniem en vaak tegenstrijdig. Er is voorgesteld dat hoogfrequente spanningsovergangen [elektrosmog (ES)] die bovenop 50/60 Hz velden onstaan maar over het algemeen niet gemeten worden, een verklaring kunnen zijn als de echte ziekteverwekker. ES is gekoppeld aan verschillende gezondheids- en welzijnseffecten, en op basis hiervan is een industrie die meet- en filterapparatuur verkoopt onstaan. De auteurs hebben de beschikbare peer-reviewed studies over ES beoordeeld als veroorzaker voor nadelige gevolgen voor de menselijke gezondheid. Een literatuuronderzoek werd uitgevoerd in de Cochrane Library, PubMed, Web of Science, Google Scholar, en extra publicaties werden verkregen via literatuurlijsten en grijze literatuur. Deze zoektocht resulteerde in 25 publicaties; 16 publicaties met primaire epidemiologische en / of blootstellingsgegevens werden weerhouden. Alle studies werden door beide auteurs onafhankelijk van elkaar beoordeeld, inclusief een review van studies tot en met 31 juli 2009 door een van de auteurs. ES is wordt in verschillende studies anders gemeten en een vergelijking van de gegevens is niet beschikbaar. Er is geen bewijs voor 50 Graham / Stetzer (GS) eenheden als veiligheidsdrempel; deze grens is louter arbitrair. De epidemiologische gegevens over de effecten van de menselijke gezondheid van ES zijn voornamelijk gebaseerd op vaak hergebruikte gevalsbeschrijvingen. Kwantitatieve gegevens zijn gebaseerd op zelf-rapportage in niet-geblindeerde interventies, ecologische associaties en een cross-sectionele cohort studie over kankerrisico, die niet verwijzen naar ES als oorzaak.

Conclusies: De beschikbare gegevens voor ES als een blootstelling die een effect heeft op de gezondheid van de mens is op dit moment niet wetenschappelijk verdedigbaar.

Information in EMF-Portal

EEN CONSENSUSPANEL REVIEW VAN DE EFFECTEN OP HET CENTRAAL ZENUWSTELSEL TEN GEVOLGE VAN BLOOTSTELLIBNG AAN LAGE INTENSITEIT EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDEN.
Di Lazzaro V , Capone F , Apollonio F , Borea PA , Cadossi R , Fassina L , Grassi C , Liberti M , Paffi A , Parazzini M , Varani K , Ravazzani P.
Brain Stimul . 2013 , 6 (4) :469-476.

Een groot aantal studies onderzocht de biologische effecten van extreem lage frequentie (0-300 Hz) magnetische velden (ELF - MF) op het zenuwstelsel, zowel op cellulair als op systeemniveau in de intacte menselijke hersenen. Ze melden verschillende functionele veranderingen. Echter, de resultaten van de verschillende studies zijn nogal variabel en de werkingsmechanismen van ELF - magnetische velden zijn nog steeds slecht gedefinieerd. Het doel van dit artikel is om een uitgebreid overzicht van de effecten van ELF - magnetische velden op het zenuwstelsel te bieden.

De auteurs brachten een werkgroep van onderzoekers in het veld samen om de beschikbare gegevens over effecten op het zenuwstelsel ten gevolge van de blootstelling aan ELF - magnetische velden te beoordelen en bespreken.

De auteurs beoordeelden verschillende methodologische, experimentele en klinische studies en bespreken de bevindingen in vijf secties . Het eerste deel analyseert de apparaten gebruikt voor ELF - MF blootstelling. Het tweede hoofdstuk behandelt de bijdrage van de computationele methoden en modellen voor het onderzoeken van de interactie tussen ELF - magnetische velden en neuronale systemen. Het derde deel analyseert de experimentele data op cellulair en weefselniveau tonen waaronder effecten op de celmembraanreceptoren en intracellulaire signalering en hun correlatie met neurale stamcel proliferatie en differentiatie. Het vierde hoofdstuk behandelt de studies uitgevoerd in de intacte menselijke hersenen met neurofysiologische en neuropsychologische methode. Het laatste deel toont de beperkingen en tekortkomingen van de beschikbare gegevens, geeft aanduidingen over de belangrijkste uitdagingen in het veld en aanwijzingen voor toekomstig onderzoek.

EFFECTEN VAN BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN OP HET HART: EEN SYSTEMATISCHE REVIEW.
Elmas O.
Toxicol Ind Health. 2016; 32 (1): 76-82

Het gebruik van elektrische apparaten is geleidelijk toegenomen gedurende de vorige eeuw, en wetenschappers hebben gesuggereerd dat elektromagnetische velden (EMV) gegenereerd door dergelijke apparaten schadelijke gevolgen voor levende wezens zou kunnen hebben. Deze studie is een systematische review van de wetenschappelijke literatuur betreffende de effecten van elektromagnetische velden op het hart. Hoewel de meeste studies effecten van blootstelling aan elektromagnetische velden met frequenties 50-60 Hz beschrijven, is er geen consensus over de vraag of de lange of korte-termijn blootstelling aan 50-60 Hz EMF een negatieve invloed heeft op het hart. Verschillen tussen de resultaten van de studies kunnen het gevolg zijn van compenserende reacties ontwikkeld door het lichaam. Bij EMF met grotere veldsterkte of kortere blootstelling wordt het vermogen van het lichaam om compensatiemechanismen te ontwikkelen verminderd en neemt de kans op hart-gerelateerde effecten toe. Het verdient ook vermelding dat ziekten van het hartweefsel zoals myocardiale ischemie met succes kunnen worden behandeld met EMF.

Besluiten: Ondanks de grote hoeveelheid gegevens die zijn verzameld betreffende hart-gerelateerde effecten van elektromagnetische velden, zijn bijkomende studies op cellulair en moleculair niveau nodig om het onderwerp volledig op te helderen.

KINDERLEUKEMIE EN RESIDENTIËLE BLOOTSTELLING: ZIJN POOLED ANALYSES BETER DAN DE ORIGINELE STUDIES.
Elwood J.M.
Bioelectromagnetics 2006; 27 : 112-118.

De associatie in epidemiologische studies tussen het optreden van kinderleukemie en de magnetische veldsterkte in het huis van het kind is meestal gebaseerd op twee gepubliceerde pooled analyses die definities van blootstelling hanteren die verschillen van de originele studies. De resultaten en conclusies van de pooled analyses verschillen van deze van de drie grootste recente studies die de meest gesofisticeerde methodologie gebruiken en samen de meerderheid van de gevallen met hoge blootstelling leveren in de pooled analyses. Deze recente studies, die blootstellingsmethode en cut-off niveaus op voorhand bepaald hebben elk besloten dat er weinig bewijs was voor een verband. De pooled analyses die verschillende blootstellingsmaten en verschillende cut-offs hanteren, besluiten dat er een associatie is bij hoge blootstellingsniveaus. Het is niet duidelijk of de resultaten van de pooled analyses meer geldig zijn dan deze van de recente grote studies wat meestal aangenomen wordt in de invloedrijke reviews.

NON-CANCER EMF EFFECTS RELATED TO CHILDREN.
[Niet-kanker effecten bij kinderen door elektromagnetische velden]
Feychting M.
Bioelectromagnetics 2005; 26, Suppl 7: S69-74.

De mogelijke nadelige effecten van blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden is de laatste decades onderwerp van discussie. Effecten gedurende de foetale ontwikkeling kunnen belangrijke gevolgen hebben en mogelijks leiden tot diverse nadelige effecten. Deze studie geeft een overzicht van de nadelige effecten op de zwangerschap van ELF
(extreem laag frequente) en RF (radiofrequente) elektromagnetische velden en bespreekt de mogelijke niet-kanker gezondheidseffecten van blootstelling van kinderen aan deze velden.

De meeste studies over ELF blootstelling hebben geen consistent verhoogd risico voor de zwangerschap aangetoond, maar beperkingen in de blootstellingsevaluatie en de zeer beperkte grootte van de studiegroep met hoge blootstelling laat niet toe conclusies te trekken. Een verhoogd risico op spontane abortus in relatie met maximale magnetische velden blootstelling die gevonden werd in twee studies zou verder moeten onderzocht worden. Verschillende symptomen en effecten op de cognitieve functie bij volwassenen zijn gerapporteerd, maar wetenschappelijke studies hebben niet bevestigd dat deze symptomen veroorzaakt zijn door elektromagnetische velden. Over deze effecten bij
kinderen bestaan geen gegevens.

ELECTROMAGNETISCHE VELDEN EN BORSTKANKER BIJ VROUWEN.
Feychting M., Forssen U.
Cancer Causes Control 2006; 17 : 553-558.

De mogelijkheid dat lange duur blootstelling aan zwakke ELF elektromagnetische velden het risico op borstkanker kan verhogen is herhaaldelijk onderzocht in de laatste 10 jaar. De hypothese van een associatie is gebaseerd op de veronderstelling dat blootstelling aan ELF magnetische velden de melatonine productie onderdrukkt en dat de melatonine een beschermend effect heeft tegen borstkanker. De meeste epidemiologische studies hebben weinig of geen effect van ELF magnetische velden aangetoond, maar sommige vroege studies suggereren een effect bij premenopausale vrouwen, specifiek voor oestrogeen receptor positieve borsttumoren. Deze vroege studies waren vaak beperkt door het kleine aantal personen in de studie, door een ruwe blootstellingsevaluatie en door het gebrek aan informatie over mogelijk verstorende variabelen. In meer recente studies met beroepsmatige blootstelling werden weer geen verhoogde risico’s vastgesteld maar sommige studies vonden een toegenomen risico in sommige subgroepen, weliaaar zonder een consistent patroon tussen de verschillende studies. Een recente zeer grote studie met beroepsmatige blootstelling met betere blootstellingsevaluatie en voldoende statistische kracht, ook voor analyse van subgroepen, vond geen indicatie van een verhoogd risico voor subgroepen. De meest recente goed gemaakte studies met residentiële blootstelling vinden geen toegenomen risico’s, en gelijkaardige resultaten vindt men in de meeste studies met betrekking tot het gebruik van bedverwarming.

Globaal gezien is er weinig bewijs dat de blootstelling aan ELF magnetische velden in verband staat met een verhoogd risico op borstkanker.

BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN DE MENSELIJKE VOORTPLANTING: DE EPIDEMIOLOGISCHE EVIDENTIE.
Figa-Talamanca I, Nardone P, Giliberti C
Eur. J. Oncol 0,2010 nov - Bibliotheek Vol. 5: 387-402. (http://www.icems.eu/papers.htm)

Verschillende studies hebben de effecten op de voortplanting van de beroeps- en omgevingsblootstelling aan elektromagnetische velden (EMF) onderzocht met behulp van in vitro, in vivo en epidemiologische methoden. Deze studie geeft een overzicht van de belangrijkste onderzoeksresultaten van de epidemiologische literatuur over de effecten van blootstelling aan elektromagnetische velden op de mannelijke en vrouwelijke voortplanting, opgenomen in de PubMed databank na 1990. Studies over de effecten op de mannelijke voortplanting zijn voornamelijk gericht op de mogelijke associatie tussen beroepsmatige blootstelling aan EMF en onvruchtbaarheid of aangeboren afwijkingen bij het nageslacht. Studies over de mogelijke effecten op de vrouwelijke voortplanting hebben het verband onderzocht tussen blootstelling tijdens de zwangerschap aan EMF (beeldschermen, residentiële blootstelling aan ELF magnetische velden, elektrische dekens, verwarmde waterbedden, mobiele telefoons) en spontane abortus en aangeboren afwijkingen bij het nageslacht. Voor elk onderzoek hebben de auteurs bijzondere aandacht besteed aan het studie ontwerp (cohort, correlationeel, case-control, prospectieve follow-up, experimenteel), de onderzochte populatie en de resultaten, de wijze van beoordeling van de blootstelling aan EMF en de verkregen resultaten.

Conclusie: over het algemeen geven de resultaten die tot op heden door het epidemiologisch onderzoek bekomen zijn geen aanleiding tot grote bezorgdheid voor de menselijke reproductieve gezondheid van de gebruikelijke beroeps- en milieublootstelling aan elektromagnetische velden. Maar er is ook enig bewijs dat patiënten met een ongewoon hoge blootstelling een licht verhoogd reproductieve risico's hebben. Bij de bespreking van het bewijsmateriaal wijzen de auteurs op tal van beperkingen van de meeste epidemiologische studies: verstorende factoren zoals leeftijd, roken, beroepsmatige blootstelling aan voor de mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen giftige stoffen, sedentaire levensstijl, enz. zijn vaak niet in aanmerking genomen. Daarnaast is de blootstelling van de studiepersonen aan elektromagnetische velden vaak alleen bepaald op basis van interviews en verklaringen van deze personen. Deze beperkingen worden ook besproken, samen met de mogelijke werkingsmechanismen van hypothetische / verdachte effecten van elektromagnetische velden op de mannelijke en vrouwelijke voortplanting, zoals voorgesteld in de literatuur betreffende de dierproeven.

DESIGN EN ANALYSE VAN EEN ONDERZOEK NAAR DE RELATIE TUSSEN MAGNETISCHE VELDEN EN KINDERLEUKEMIE: EEN PILOOTPROJECT VOOR DE DEENSE NATIONALE GEBOORTECOHORT.
Greenland S, Kheifets L.
Scand J Public Health. 2009; 37 : 83-92.

Gepoolde analyses hebben op een consistente wijze het verband aangetoond tussen kinderleukemie en omgevingsblootstelling aan magnetische veldsterkte, zelfs na rekening houden met tekortkomingen van de studies. In dit kader is een studie naar mogelijke interacties tussen magnetische velden en genetische cofactoren voor kinderleukemie aangewezen. Een dergelijke studie kampt met het ernstige probleem van een tekort aan studieobjecten in de subgroepanalyse. Om deze problemen op te lossen stellen de auteurs een design en analysestrategie voor met meerstaps monitoring, modellering van de meetfouten en Bayesiaanse methodes voor subgroepanalyse die de bestaande informatie van de vroegere gepoolde analyses incorporeert. Deze aanpak kan getest worden in een piloot-project met de data van de Deense nationale geboortecohort. Voor een volledige studie zouden deze data moeten aangevuld worden met een gevallen-controle studie.

LEUKEMIE TEN GEVOLGE VAN RESIDENTIËLE MAGNETISCHE VELDEN: RESULTATEN VAN ONDERZOEK NAAR STUDIE BIAS.
Greenland S., Kheifets L.
Risk Analysis. 2006; 26 : 471-482.

Bijna alle epidemiologische studies over het verband tussen residentiële blootstelling aan magnetische velden en kinderleukemie hebben een positieve associatie aangetoond. Niettemin blijft het onzeker of deze associatie causaal is omdat deze studies methodologische beperkingen hebben en er geen biologisch mechanisme gekend is.

Omdat de vastgestelde associaties klein zijn en enkel gelden voor de hoogste blootstellingsniveaus neemt men aan dat de impact op de volksgezondheid klein zal zijn. De auteurs presenteren een aantal analyses van de impact van de magnetische velden rekening houdend met de onzekerheden van studie bias en onzekerheden van blootstellingsdistributie. Deze analyses ondersteunen de idee dat de impact op de volksgezondheid beperkt is, maar zowel geen impact als een belangrijke impact blijven mogelijk in het licht van de beschikbare data.

MOGELIJKE GEZONDHEIDSEFFECTEN VAN RESIDENTIËLE BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAAG FREQUENTE VELDEN IN EUROPA.
Grellier J , Ravazzani P , Cardis E.
Environ Int . 2014 ; 62:55-63 .

In de afgelopen twee decennia is in epidemiologische studies de residentiële blootstelling aan extreem laagfrequente magnetische velden ( ELF MV ) geassocieerd met kinderleukemie, alhoewel een oorzakelijk verband nog niet bekend is . De auteurs van deze studie trachten om een schatting te maken van het aantal gevallen van leukemie bij kinderen in de Europese Unie ( EU27 ) die toegeschreven kunnen worden aan blootstelling aan ELF MV als de associatie die gezien wordt in epidemiologische studies oorzakelijk zou zijn. Zij schatten de distributies van ELF MV blootstelling in met behulp van studies die in de bestaande literatuur gepubliceerd zijn. Individuele distributies van blootstelling werden geïntegreerd met behulp van een probabilistische distributie menging aanpak. Blootstelling - respons functies werden geschat op basis van de meest recent gepubliceerde gepoolde analyse van epidemiologische gegevens. Probabilistische simulatie werd gebruikt voor het schatten van de bevolkings attributieve fracties ( AFP ) en het aantal attributieve gevallen van leukemie bij kinderen in de EU27. Door het toekennen van de blootstellingsdistributie op basis van de literatuur - review naar alle EU27- landen wordt het totale jaarlijkse aantal gevallen van leukemie toe te schrijven aan ELF MV tussen de 50 (95 % CI : -14, 132 ) en de 60 (95 % CI : - 9, 610 ) geschat, afhankelijk van of de blootstelling - respons categorisch of continu gemodelleerd werd voor een niet - drempeleffect.

Conclusies : De totale jaarlijkse aantal gevallen van leukemie toe te schrijven aan ELF MV werd geschat tussen 1,5% en 2,0 % van alle gevallen van leukemie bij kinderen die zich jaarlijks in de EU27 voordoen. Aanzienlijke onzekerheden zijn te wijten aan de schaarse gegevens over de blootstelling en de keuze van het blootstelling - respons model. Hieruit blijkt het belang van verder onderzoek naar beter inzicht in de mechanismen van de mogelijke associatie tussen ELF MV blootstelling en leukemie bij kinderen en de behoefte aan een betere monitoring van de residentiële blootstelling aan ELF MF in Europa.

 EXTREEM LAAGFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN STIMULATIE MODULEERT AUTO-IMMUNITEIT EN IMMUUNREACTIES: EEN MOGELIJK IMMUNOMODULERENDE THERAPEUTISCH EFFECT BIJ NEURODEGENERATIEVE ZIEKTEN.
Guerriero F, Ricevuti G.
Neural Regen Res. 2016; 11 (12): 1888-1895.

Er is toenemend bewijs dat stimulatie met extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF-EMV) een efffect op autoimmuniteit en immuuncellen kan uitoefenen. In het verleden is de werkzaamheid van gepulseerde ELF-EMV bij het verlichten van de symptomen en de progressie van multiple sclerose toegeschreven aan hun werking op de neurotransmissie en de auto-immuun mechanismen verantwoordelijk voor demyelinisatie. Voor wat betreft het immuunsysteem draagt de blootstelling aan ELF-EMF bij tot een activatie van macrofagen, hetgeen leidt tot veranderingen in auto-immuniteit en verschillende immunologische reacties, zoals verhoogde reactive oxygen species vorming, verhoogde fagocytose en verhoogde productie van chemokines. Transcraniale elektromagnetische hersenstimulatie is een niet-invasieve nieuwe techniek recentelijk gebruikt voor verschillende neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer. Ondanks zijn bewezen nut blijft het onduidelijk via welke mechanismen de EMF hersen-stimulatie zijn gunstige werking op neuronale functie uitoefent. Recente studies hebben aangetoond dat de gunstige effecten een gevolg van een neuroprotectief effect op oxidatieve celbeschadiging kan zijn. Op basis van in vitro en klinische onderzoeken van de hersenactiviteit kan men besluiten dat modulatie door ELF-EMV eventueel de afwijkende pro-inflammatoire responsen aanwezig in neurodegeneratieve aandoeningen tegenwerkt met vermindering van de ernst en de vertraging van de aanzet tot gevolg. Het doel van dit onderzoek is een systematisch overzicht te bieden van de gepubliceerde literatuur en een overzicht te maken van de meest veelbelovende effecten van ELF-elektromagnetische velden in het ontwikkelen van behandelingen van neurodegeneratieve aandoeningen.

Conclusies: De beoordeelde gegevens ondersteunen de rol van ELF-EMF in het genereren van immuun-modulerende reacties, neuromodulatie, en potentiële neuroprotectieve voordelen. De onderliggende mechanismen van de interactie tussen EMF en het immuunsysteem zijn nog niet volledig begrepen en verdere studies op moleculair niveau zijn nodig.

KUNNEN VERSTORINGEN VAN HET ATMOSFERISCH ELEKTRISCH VELD VEROORZAAKT DOOR CORONA IONEN AFKOMSTIG VAN HOOGSPANNINGSLIJNEN DE MELATONINE PRODUCTIE IN DE PIJNAPPELKLIER VERSTOREN.
Henshaw DL , Ward JP , Matthews JC .
J Pineal Res. 2008; 45: 341-350.

Recente epidemiologische studies hebben een toename van het risico op leukemie vastgesteld bij kinderen en volwassenen die wonen in de omgeving van hoogspannings-lijnen op afstanden die groter zijn dan de zone met verhoogde elektrische en magnetische veldsterkte. Corona ionen worden door hoogspanningslijnen losgelaten. Ze vormen een pluim die meegenomen wordt door de wind. De pluim zorgt voor een sterk wisselende verstoring in het atmosferisch elektrisch veld van 10 tot enkele honderden V/m op een tijdschaal van seconden tot minuten. Deze verstoringen treden op tot enkele honderden meters van de hoogspanningslijn. Er bestaat een hypothese dat deze verstoringen resulteren in de verstoring van de nachtelijke melatonine synthese en de daarmee samenhangende circadiane ritmes wat op zijn beurt leidt tot een verhoogd risico op nadelige gezondheidseffecten zoals leukemie. Melatonine is beschermend tegen oxidatieve schade aan het hemopoietisch systeem. Een review geeft aanwijzingen dat variatie in het natuurlijk atmosferisch elektrisch veld gedurende de dag werkt als een zwakke Zeitgeber, dat melatonineverstoring optreedt bij ratten en dat verstoring van circadiane ritmes bij mensen werd vastgesteld bij kunstmatige velden tot 2,5 V/m. Specifieke suggesties worden gemaakt om de hypothese verder te testen.

DO MAGNETIC FIELDS CAUSE INCREASED RISK OF CHILDHOOD LEUKEMIA VIA MELATONIN DISRUPTION?
[Veroorzaken magnetische velden een verhoogd risico op kinderleukemie via melatonine verstoring?]
Henshaw L., Reiter J.
Bioelectromagnetics 2005; 26, Suppl 7: S86-97.

Epidemiologische studies hebben associaties vastgesteld tussen ELF magnetische velden en een verhoogd risico op sommige kankers. Voor kinderleukemie wordt een blootstelling boven 0.3-0.4 μT geassocieerd met een verdubbeling van het risico. Men veronderstelt dat de melatonine hypothese (ELF magnetische velden onderdrukken de nachtelijke productie van melatonine in de pijnappelklier) verantwoordelijk is voor het toegenomen risico. Deze melatonine verstoring is aangetoond bij dieren, specifiek voor blootstelling aan elektrische en/of snelle aan/af magnetische velden. Gelijkaardige effecten zijn vastgesteld bij gecontroleerde blootstellingen van vrijwilligers in het labo. Deze blootstellingen zijn atypisch voor de normale omgevingsblootstelling. Melatonine verstoring werd ook vastgesteld in bevolkingsgroepen die chronisch blootgesteld waren aan elektrische en magnetische ELF velden. Melatonine werkt beschermend tegen oxidatieve schade aan het hematopoietisch systeem. Deze hypothese moet zeker verder onderzocht worden.

EXTREEM LAAGFREQUENTE BLOOTSTELLING AAN MAGNETISCHE VELDEN EN DE ZIEKTE VAN PARKINSON: EEN SYSTEMATISCHE REVIEW EN META-ANALYSE VAN DE GEGEVENS.
Huss A, Koeman T, Kromhout H, Vermeulen R
Int J Environ Res Public Health. 2015; 12 (7):7348-7356.

Het doel van deze studie was om de associatie tussen beroepsmatige blootstelling aan extreem lage frequentie magnetische velden (ELF-MF) en de ziekte van Parkinson te onderzoeken. De auteurs doorzochten systematisch publicaties die rapporteerden over risico-inschattingen van de ziekte van Parkinson bij werknemers blootgesteld aan ELF-MF.

Samenvattende relatieve risico’s werden verkregen met random effects meta-analyse. Zij omvatten 11 studies. Om de blootstelling te beoordelen gebruikten vier studies beroepsmatige gegevens, vier gebruikte gegevens van tellingen, interviews of vragenlijsten en drie gebruikten overlijdensakten. Het risico op de ziekte van Parkinson was niet verhoogd bij werknemers blootgesteld aan ELF-MF met een globaal relatief risico van 1,05 met 95% CI 0,98-1,13.

Conclusie: Globaal gezien was geen bewijs dat blootstelling aan ELF-MF het risico op de ziekte van Parkinson verhoogt.

VERSTERKEN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN DE EFFECTEN VAN OMGEVINGCARCINOGENEN?
Juutilainen J.
Radiat Prot Dosimetry. 2008; 132: 228-231.

Epidemiologische studies hebben een toegenomen risico voor kinderleukemie aangetoond bij blootstelling aan ELF magnetische velden. Maar in dierexperimenteel onderzoek kan geen kankerverwekkend effect worden vastgesteld indien de proefdieren uitsluitend aan ELF magnetische velden waren blootgesteld. Ook genotoxische studies hebben over het algemeen geen effect kunnen aantonen indien de blootstelling beperkt was tot alleen maar ELF magnetische velden. Anderzijds werd aangetoond dat ELF magnetische velden de effecten van gekende kankerverwekkende en mutagene stoffen versterken in enkele dierstudies en in verschillende in vitro studies. Deze publicatie behandelt de bevindingen van de studies van dagelijks gecombineerde effecten. De meerderheid van de in vitro studies hebben positieve resultaten, wat de conclusie ondersteunt dat magnetische velden met een veldsterkte van 100 microTesla of meer kan interageren met andere chemische of fysische agentia. In de toekomst zou men de biofysische mechanismen moeten onderzoeken evenals de dose-response relatie bij veldsterkten lager dan 100 microTesla. Dierstudies gebaseerd op het klassieke initiatie-promotie concept zijn waarschijnlijk niet voldoende geschikt voor de studie van de cocarcinogene effecten van magnetische velden. Een nieuwe studiedesign zou moeten ontworpen worden.

Conclusie: Epidemiologische gegevens over de interactie tussen magnetische velden en omgevingscarcinogenen zijn schaars en komen niet tot conclusies. Nieuwe studies zullen moeilijk zijn omwille van de moeilijkheid een voldoende grote groep met gecombineerde blootstelling te vinden.

VERSTERKEN ELF MAGNETISCHE VELDEN HET EFFECT VAN OMGEVINGSCARCINOGENEN? EEN META-ANALYSE VAN DE EXPERIMENTELE STUDIES.
Juutilainen J., Kumlin T., Naarala J.
International Journal of Radiation Biology. 2006; 82 :1-12.

Deze studie is een meta-analyse van de in vitro studies en korte termijn dierstudies die blootstelling aan ELF magnetische velden en gekende carcinogenen of andere fysische en chemische agentia gecombineerd hebben. De meerderheid van de studies waren positief en suggereerden dat magnetische velden interageren met andere chemische en fysische blootstellingen. Publicatie bias kan moeilijk deze bevindingen verklaren. Een non-lineaire dosis-respons relatie werd gevonden met een minimum aan positieve studies bij velden van 1 tot 3 mT. Het radicaal paar mechanisme (magnetisch veld effect op recombinatie van radicaal paren) is een goed kandidaat-mechanisme om de bifasische dosis-respons relatie te verklaren.

De meeste studies gebruikten magnetische velden van 100 μT en hoger waardoor de resultaten met niet direct relevant zijn voor een verklaring van de epidemiologische bevindingen van een verhoogd risico op kinderleukemie bij blootstellingen hoger dan 0.4 μT. Hoe dan ook kunnen bevestigde nadelige effecten bij 100 μT implicaties hebben voor de risico-analyse en -beheer en de noodzaak om blootstellingslimieten te herzien. Er is een duidelijke behoefte aan meer studies over gecombineerde effecten.

RECENTE VOORUITGANG IN HET ONDERZOEK BETREFFENDE DE RICHTLIJNEN VOOR BLOOT-STELLING AAN ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN.
Kavet R , Bailey WH , Bracken TD , Patterson RM .
Bioelectromagnetics. 2008; 29: 499-526.

Blootstellingslimieten voor ELF elektrische en magnetische velden en contactstroom, opgemaakt als vrijwillige richtlijnen of normen door verschillende organisaties over de hele wereld, zijn opgemaakt met de bedoeling de kans op neurale stimulatie te minimaliseren. De limieten of richtlijnen zijn afgeleid van basisrestricties voor het elektrisch veld of de stroomdichtheid in het weefsel of voor het vermijden van hinderende of schrikreactie opwekkende fenomenen die kunnen optreden bij vonkontlading of contactstroom. De richtlijnen specifiëren meer conservatieve toelaatbare dosissen en blootstellingniveaus voor het algemeen publiek dan voor blootstelling in een gecontroleerde omgeving, zoals in de industrie.

In 2001 hebben de auteurs een update gemaakt van de wetenschap betreffende de richtlijnen. Deze publicatie handelt over meer recente ontwikkelingen die relevant zijn voor het formuleren en implementeren van de volgende generatie van richtlijnen. De studie gaat over limieten voor neurostimulatie en de relevantie van magnetofosfenen in het opmaken van richtlijnen, dosimetrie voor contactstroom gerelateerd aan de basisrestricties, weefsel- en celdosimetrie voor vonkontlading, beoordeling van blootstelling aan hoge elektrische veldsterkten in realistische situaties (vb. lijnwerker in transmissiemast), een eenvoudige benadering van de beoordeling van het magnetische veld in niet-uniforme magnetische velden en een kwantitatieve benadering van de metingen van de blootstelling in de omgeving.

ONDERZOEK VAN DE BLOOTSTELLING – RESPONSE RELATIE TUSSEN MAGNETISCHE VELDEN EN LEUKEMIE BIJ KINDEREN.
Kheifets L, Afifi A, Monroe J, Swanson J.
J Expo Sci Environ Epidemiol. 2011, 21: 625-633.

Al 30 jaar, zijn er suggesties dat extreem laagfrequente magnetische velden, zoals die worden geproduceerd door elektrische energie systemen, in verband kunnen worden gebracht met verhoogde risico's op leukemie bij kinderen. Deze suggesties worden veroorzaakt door epidemiologische evidentie, en het is gebruikelijk om het bewijs aan te duiden door het tonen van een drempel voor het effect (geen toename van het risico onder een bepaalde drempel, vaak 0,3 of 0,4 µT) en een constant toenemend risico erboven. Zo'n drempel zou echter biologisch onwaarschijnlijk zijn. De auteurs hebben alternatieve dosis-respons relaties kwantitatief getest. Ze verkregen vijf blootstelling datasets, pasten meerdere kandidaat dosis-respons relaties toe op elke dataset, en voerden een regressie-analyse uit om te zien hoe goed ze op elk van de drie epidemiologische datasets pasten. Dosis-respons relaties met een drempel voldeden slechts matig. Lineaire verbanden waren over het algemeen nog slechter. De pasvorm werd verbeterd door het toevoegen van kwadratische termen of het uitvoeren van niet-lineaire regressie. Er zijn beperkingen in deze analyse die voortvloeien uit de beschikbare gegevens, maar het aanpakken van deze kwestie in een data-gebaseerde kwantitatieve manier moet meer inzicht geven, betere berekeningen geven van attributieve fracties, en daarmee een betere basis voor het maken van beleid creëren.

IMPACT VAN ELF ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN OP DE VOLKSGEZONDHEID.
Kheifets L., Afifi A.A., Shimkhada R.
Environ Health Perspect. 2006 ;114 :1532-1537.

De associatie tussen blootstelling aan extreem lage frequentie elektrische en magnetische velden (ELF) en kinderleukemie heeft er toe geleid dat het IARC (International Agency for Research on Cancer) magnetische velden als ‘mogelijk kankerverwekkend’ hebben geklasseerd. Deze associatie wordt in de risico-evaluatie als het kritisch effect beschouwd. Ondanks het feit dat het causale verband tussen magnetische velden en kinderleukemie niet is vastgesteld, presenteren de auteurs schattingen van de mogelijke impact op de volksgezondheid door gebruik te maken van attributieve fracties om zodoende een mogelijk bruikbare imput te geven voor beleidsvoorstellen. Door gebruik te maken van ELF blootstellingsdistributies van verschillende landen en de dosis-response relaties van twee gepoolde analyses berekenen ze landspecifieke en wereldwijde schattingen van de attributieve fractie en attributieve gevallen. Zelfs met wijd uiteenlopende schattingen vinden ze dat de attributieve fractie steeds kleiner is dan 10% met puntschattingen van minder dan 1% tot 4%. Voor kleine landen met lage blootstelling is het aantal attributieve gevallen kleiner dan 1 extra geval per jaar. Wereldwijd ligt het aantal gevallen van kinderleukemie dat mogelijkerwijs toe te schrijven is aan ELF blootstelling tussen 100 en 2400 per jaar.

Conclusie: Het aantal gevallen van kinderleukemie dat mogelijks toe te schrijven is aan ELF blootstelling blijkt klein te zijn. Er zijn echter een aantal onzekerheden in deze schattingen voornamelijk in de blootstellingsdistributies.

GEPOOLDE ANALYSE VAN RECENTE STUDIES OVER MAGNETISCHE VELDEN EN KINDERLEUKEMIE.
Kheifets L, Ahlbom A, Crespi CM, Draper G, Hagihara J, Lowenthal RM, Mezei G, Oksuzyan S, Schüz J, J Swanson, Tittarelli A, Vinceti M, Wunsch Filho V.
Br J Cancer. 2010; 103 (7): 931-932.

Eerdere gepoolde analyses hebben melding gemaakt van een associatie tussen magnetische velden en leukemie bij kinderen. De auteurs presenteren een gepoolde analyse op basis van primaire gegevens uit studies over residentiële magnetische velden en leukemie bij kinderen die gepubliceerd zijn na 2000. Zeven studies met een totaal van 10.865 gevallen en 12.853 controles werden opgenomen. De belangrijkste analyse richtte zich op 24-h magnetisch veld metingen of berekende veldsterkten in woningen.

In de gecombineerde resultaten, neemt het risico toe met de toename van de blootstelling, maar de schattingen zijn onnauwkeurig. De odds ratio's voor de blootstelling aan 0,1-0,2 µT, 0.2-0.3 µT en = 0,3 µT, vergeleken met <0,1 µT, waren 1,07 (95% CI 0.81 tot +1.41), 1.16 (0.69 tot 1,93) en 1,44 (0,88-2,36) respectievelijk. Zonder de meest invloedrijke studie van Brazilië, steeg de odds ratio licht. Een stijgende trend werd ook vastgesteld door een niet-parametrische analyse uitgevoerd met behulp van een veralgemeend additief model.

Conclusie: Deze resultaten zijn in lijn met eerdere gepoolde analyses waarin een associatie tussen magnetische velden en leukemie bij kinderen werd vastgesteld. Algemeen genomen is de associatie zwakker in de meest recent uitgevoerde onderzoeken, maar deze studies zijn klein en ontberen de methodologische verbeteringen die nodig zijn om de onzekerheid te doen verdwijnen. De auteurs concluderen dat de recente studies over magnetische velden en leukemie bij kinderen de vorige beoordeling, dat magnetische velden mogelijk kankerverwekkend zijn niet wijzigen.

EEN GEPOOLDE ANALYSE VAN EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDEN EN HERSENTUMOREN BIJ KINDEREN.
Kheifets L, Ahlbom A, Crespi CM, Feychting M, C Johansen, Monroe J, Murphy MF, Oksuzyan S, Preston-Martin S, Romeinse E, T Saito, Savitz D, Schüz J, J Simpson, Swanson J, Tynes T, Verkasalo P, Mezei G.
Am J Epidemiol. 2010; 172 (7): 752-761.

Gepoolde analyses kunnen etiologisch inzicht geven in associaties tussen blootstelling en ziekte. In tegenstelling tot leukemie bij kinderen, zijn er geen gepoolde analyses van hersentumoren bij kinderen en blootstelling aan extreem laagfrequente magnetische velden (ELF-MFS) uitgevoerd. De auteurs verrichten een gepoolde analyse op basis van primaire gegevens (1960-2001) van 10 studies van ELF-MF blootstelling en hersentumoren bij kinderen om te beoordelen of de gecombineerde resultaten, gecorrigeerd voor mogelijke verstorende factoren, een associatie aantonen. De odds ratio's voor hersentumoren bij kinderen in de ELF-MF blootstellingscategorieën van 0,1-<0,2 µT, 0,2-<0,4 µT en = 0,4 µT waren 0,95 (95% betrouwbaarheidsinterval: 0,65, 1,41), 0,70 (95% CI: 0,40 , 1,22) en 1,14 (95% CI: 0.61, 2.13) respectievelijk, in vergelijking met blootstelling aan <0,1 µT. Andere analyses met alternatieve snijpunten, verdere correctie voor verstorende variabelen, uitsluiting van bepaalde studies, stratificatie per type meting of het type van de woonplaats, en een niet-parametrische schatting van de blootstelling-respons relatie gaven geen consistent bewijs van een toegenomen risico op hersentumoren in de kindertijd in als gevolg van ELF MF-blootstelling.

Conclusie: Deze resultaten geven weinig bewijs voor een associatie tussen ELF-MF blootstelling en hersentumoren bij kinderen.

ELF MAGNETISCHE VELDEN EN HARTZIEKTEN.
Kheifets L, Ahlbom A, Johansen C, Feychting M, Sahi J, Savitz D.
Scand J Work Environ Health 2007; 33 : 5-12.

De op biologische aspecten gebaseerde hypothese dat magnetische velden het risico verhogen voor hart arritmie en acuut myocard infarct maar niet voor chronische cardivasculaire aandoeningen werd in het begin ondersteund door de resultaten van een epidemiologische studie. De hoge incidentie van cardiovasculaire aandoeningen en de relatief vaak voorkomende blootstelling aan magnetische velden zorgden er voor dat het een belangrijke vraag was in de volksgezondheid. De meeste studies die nadien werden uitgevoerd toonden geen effect. In deze studie worden zowel de basis voor de hypothese als de epidemiologische studies, die de hypothese onderzochten, besproken.

Conclusie: De studies spreken een etiologische relatie tussen blootstelling aan elektrische en magnetische velden en het optreden van cardiovasculaire aandoeningen tegen. Deze studie is een interessant voorbeeld van een case study van een wetenschappelijk onderzoek dat succesvol opgelost wordt ondanks de verschillende methodologische moeilijkheden inherent aan het onderzoek over lage niveau blootstellingen.

BEHOEFTE AAN NIEUWE EPIDEMIOLOGISCHE STUDIES OVER BEROEPSMATIGE BLOOTSTELLING AAN ELF EMV: REVIEW EN AANBEVELINGEN.
Kheifets L, Bowman JD, Checkoway H, Feychting M, Harrington JM, Kavet R, Marsh G, Mezei G, Renew DC, van Wijngaarden E.
Occup Environ Med. 2009; 66 : 72-80.

De epidemiologische literatuur betreffende de gezondheidseffecten ten gevolge van beroepsmatige blootstelling aan ELF EMV omvat een groot aantal studies met verschillende design en kwaliteit die meerdere gezondheidseffecten hebben bestudeerd zoals kanker, cardiovasculaire ziekten, depressie en suïcide, neuro-degeneratieve ziekten zoals de ziekte van Alzheimer en amyotrofe lateraal sclerose. Op een workshop in 2006 hebben de auteurs de studies over beroepsmatige blootstelling aan ELF bestudeerd met speciale aandacht voor methodologische zwakheden en analytische technieken om met sommige van deze zwakheden om te gaan. Zij ontwikkelden ook onderzoeksprioriteiten waarvan zij hopen dat ze de onzekerheden zouden aanpakken. Globaal gezien geeft het epidemiologisch onderzoek betreffende beroepsmatige blootsteling aan ELF van de laatste 20 jaar geen sterke of consistente associaties met kanker of andere gezondheidsproblemen. Inconsistente resultaten van vele studies kunnen toegeschreven worden aan meerdere tekortkomingen in de studies en dan vooral in de blootstellingsevaluatie. Er is echter geen duidelijk verband tussen de kwaliteit van de blootstellingsevaluatie en de waargenomen associaties. Voor toekomstig onderzoek ligt de belangrijkste prioriteit in de gebieden blootstellings-evaluatie en onderzoek naar amyotrofe lateraal sclerose. Om de blootstelling beter te bepalen is de ontwikkeling nodig van een complete job-blootstellings-matrix die jobfunctie, werkomgeving en taak omvat en is een aanduiding nodig van de blootstelling aan elektrische velden, vonkontlading, contactstroom en chemische en fysische agentia.

Voor amyotrofe lateraal sclerose is een internationale studie nodig die het verband met elektrische beroepen kan onderzoeken door de mogelijke rol van elektrische shocks, magnetische velden en bias te ontrafelen.

EXTREEM LAAGFREQUENTE ELEKTRISCHE VELDEN EN KANKER: BEOORDELING VAN DE BEWIJZEN.
Kheifets L , Renew D , Sias G , J Swanson.
Bioelectromagnetics 2010; 31: 89-101.

Veel van het onderzoek en de reviews over de extreem lage frequentie (ELF) elektrische en magnetische velden (EMV) zijn gericht op magnetische in plaats van elektrische velden. Sommigen vinden deze aandacht ongepast en hebben aangevoerd dat elektrische velden moeten deel uitmaken van zowel het epidemiologisch als het laboratorium onderzoek. Dit document vult de lacune door een systematische en kritische evaluatie van de literatuur betreffende elektrische velden en door het vergelijken van de totale sterkte van het bewijs voor elektrische versus magnetische velden. De review van de mogelijke mechanismen biedt geen specifieke grondslag voor een focus op elektrische velden. Het weinige laboratoriumonderzoek van het elektrisch veld dat er is geeft niet aan dat elektrische velden de meest interessante blootstelling zijn. De bestaande epidemiologische onderzoeken van blootstelling aan residentiële elektrische velden en elektrische velden van apparaten bieden komen niet tot het besluit van nadelige gezondheidseffecten ten gevolge van blootstelling aan elektrische velden. Werknemers in de nabijheid van hoogspanning trans-missielijnen of onderstation apparatuur kunnen worden blootgesteld aan sterke elektrische velden. Er zijn sporadische meldingen van een toename van kanker in sommige beroepsgroepen in sommige studies. Deze zijn echter inconsistent en beladen met methodologische problemen.

Conclusie: Over het geheel genomen lijkt er weinig grond om te veronderstellen dat elektrische velden een risico zijn. In tegenstelling tot magnetische velden, en met een mogelijke uitzondering van beroepsgebonden epidemiologische onderzoek, lijkt er weinig basis voor verder onderzoek naar elektrische velden.

HET ONTWIKKELEN VAN EEN BELEID IN DE AANWEZIGHEID VAN ONZEKERHEID : HOE DE 0,3 μT EN 0,4 μT CUTPOINTS VAN EPIDEMIOLOGISCHE ELF STUDIES INTERPRETEREN.
Kheifets L., Sahl J.D., Shimkhada R., Repacholi M.H.
Risk Anal. 2005 ;25 : 927-935.

Er is een aanzienlijke wetenschappelijke inspanning geleverd om het mogelijk verband tussen blootsteling aan ELF elektrische en magnetische velden en het optreden van kanker en andere ziekten aan te tonen. De combinatie van wijdverspreide blootstelling, bij acute hoge blootstelling vastgestelde biologische effecten en de mogelijkheid van leukemie bij kinderen ten gevolge van chronische lage blootstellingen heeft het nodig (maar ook moeilijk) gemaakt om een consistent volksgezondheidsbeleid te maken.

In dit artikel overzien de auteurs de basis voor de op risicoanalyse en op het voorzorgsprincipe gebaseerde aanpak. Alhoewel ze van oordeel zijn dat het beleid moet gebaseerd zijn op voorzorg, menen zij dat hiervoor geen getalsmatige blootstellingsnormen nodig zijn. Ze stellen dat de epidemiologische cutpoints, die arbitrair gekozen zijn, niet kunnen dienen als de basis voor het maken van blootstellings-limieten omwille van een aantal onzekerheden. Het opmaken van arbitraire blootstellingslimieten ondermijnt de waarde van zowel de op risicoanalyse gebaseerde EMF blootstellingslimieten voor acute blootstelling als de aanpak gebaseerd op het voorzorgsprincipe. De ontwerp richtlijn betreffende het kader van het voorzorgsprincipe voorziet een leidraad voor het opmaken van een gepast volksgezondheidsbeleid van ELF velden.

EXTREEM LAAGFREQUENTE ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN / IS HET TIJD OM REDELIJK TE ZIJN?
Lambrozo J, Plante M.
Environ Risque Santé 2014; 13,6: 440-444.

In een korte samenvatting van de oorsprong van het EMF probleem constateren de auteurs dat, in tegenstelling tot vele andere risicofactoren zoals roken en asbest die ontstaan zijn uit klinische observaties, EMF zijn oorsprong vindt in de verkennende studie van Wertheimer en Leeper die op zoek waren naar overeenkomsten tussen de families van kinderen met leukemie. Sommige latere studies van leukemie bij kinderen en hoogspanningslijnen lieten een consistent risico zien voor een blootstelling boven 0,3-0,4 µT. Maar de auteurs vragen zich af: "Hebben we echt de vraag beantwoordt?"

Zij wijzen eerst op de moeilijkheden bij het vaststellen van de blootstelling. Bedradingscodes, afstand tot elektrische leidingen en veldmetingen zijn allen toegepast. Bovendien moet de blootstellingsbeoordeling rekening houden met het begin van de blootstelling, de duur, de intensiteit en temporele variaties. Studies hebben gebruikt gemaakt van geometrische gemiddelden, medianen en rekenkundige gemiddelden. In de afwezigheid van een aantoonbaar biologisch effect is de desbetreffende metriek nog onbekend.

Bias is ook een probleem. De classificatiefouten tussen blootgestelde en niet-blootgestelde populatie, selectie bias (in het bijzonder van de controles), publicatie bias, en het niet controleren voor verstorende variabelen (die niet altijd gekend zijn) dragen bij aan de verzwakking van de resultaten.

De auteurs voeren een aantal andere kwesties aan in verband met het onderzoek naar low-level EMF. Ten eerste, EMF wordt in verband gebracht met verschillende types van kanker met verschillende mechanismen, en met neurodegeneratieve ziekten, cardiovasculaire ziekten, depressie, zelfmoord, vruchtbaarheidsproblemen, en overgevoeligheid. Ten tweede, blootstelling aan de meeste chemische of fysische agentia die bekend zijn als humane carcinogenen veroorzaken een toxisch effect, dat wil zeggen een voorafgaande chronische irritatie (celbeschadiging) voordat een tumor ontstaat (bijvoorbeeld chronische bronchitis bij een roker voor de bronchiale kanker, veroudering van de huid voor de huidkanker bij UV-stralen, irritatie van de luchtwegen voor kanker ten gevolge van inademing van formaline, pleurale plaques en fibrose voor pleura mesothelioom bij asbest, verbranding voor huidkanker bij ioniserende straling). Een dergelijk effect is van blootstelling aan elektromagnetische velden niet gekend. Ten derde, in laboratoriumstudies vindt men bij dieren die worden blootgesteld gedurende een gans leven geen tumorinitiatie of promotie of geen effect op voedselinname, gewicht, of gedrag. En als laatste, er is bij levende wezens geen werkingsmechanisme aangetoond om uit te leggen hoe de door EMF geleverd lage energie biologische schade kan veroorzaken.

De auteurs gaan na of aan de criteria van Hill voor een causaal verband is voldaan:

  • De sterkte van de associatie (relatief risico) was rond 2 in de eerste gecombineerde analyses. Het is lager in de meest recente onderzoeken, zelfs als de methodologische kwaliteit verbeterd is. De verbetering van de indeling tussen blootgestelde en niet-blootgestelde populatie, zou moeten leiden tot het verminderen van het betrouwbaarheidsinterval, maar dat is niet het geval geweest. Integendeel, de meest recente studies tonen associaties die niet statistisch significant zijn of geen associatie.
    Er is geen consistente associatie over alle studies heen, daar de meeste geen significant verband tonen. De studies die de blootstelling bepalen met een exposimeter waren negatief.
  • Dosis-effect relatie: één van de meest betrouwbare criteria van causaliteit is de gradiënt relatie tussen de blootstelling en de amplitude van het effect. Deze relatie is niet waargenomen voor leukemie bij kinderen. Bovendien vindt men in de epidemiologische studies bij werknemers die blootgesteld aan 10 tot 15 keer hogere magnetische veldsterktes gedurende hun beroepsleven geen extra risico.
  • De blootstelling moet het effect voorafgaan: aan dit criterium wordt voldaan, omdat de magnetische velden in verband met het gebruik van elektriciteit overal aanwezig zijn voor reeds meer dan een eeuw. Toch is de gebruikelijke wachttijd tussen een blootstelling aan een kankerverwekkende stof en het effect ervan is niet aanwezig.
  • De dierproeven die de carcinogenese bestuderen zijn negatief.
  • Tenslotte, in termen van biologische plausibiliteit is er geen mechanisme dat overeenkomt met het effect van een magnetisch veld op deze niveaus van blootstelling.

Conclusies: De auteurs concluderen dat na 30 jaar onderzoek, de epidemiologische resultaten alleen staan en steeds minder en minder zeker worden. Zij zijn van oordeel dat de kwestie deze onderzoeken heeft verdiend, want het is de verantwoordelijkheid van de elektrische energie industrie en de overheid om de openbare veiligheid te waarborgen.

GEEN VERBAND TUSSEN KINDERLEUKEMIE EN ELF MAGNETISCHE VELDEN.
Leitgeb N.
Journal of Elektromagnetic Analysis and Applications 2014; 6 (7): 174-183.

De discussie of er een causaal verband is tussen extreem lage frequentie (ELF) magnetische velden (MF) en leukemie bij kinderen is al aan de gang voor bijna vier decennia. Resultaten van epidemiologische studies hebben aangegeven dat een dergelijk verband mogelijk is en leidde tot de IARC-classificatie van ELF MF als mogelijk kankerverwekkend (klasse 2B). Hoewel in de tussentijd vele epidemiologische studies en meta-analyses van geselecteerde studies beschikbaar zijn, is deze situatie niet veranderd. Door een nieuwe aanpak van de bundeling van alle epidemiologische gegevens, toont deze paper aan dat het mogelijk is om tot een overtuigend besluit te komen die de controversiële resultaten en rapporten over een dosis-respons relatie verklaart, en antwoord geeft op opvallende zaken zoals het feit dat de epidemiologische resultaten van leukemie bij kinderen onafhankelijk zijn van de bronnen of de blootstellingsgrootheden van welke aard dan ook.

Conclusies: Uit de analyse bleek dat de aanname van een causaal verband tussen ELF MF blootstelling en leukemie bij kinderen niet langer aannemelijk is en dat dus de ELF MF's classificatie als mogelijk kankerverwekkend moet herzien worden.

BLOOTSTELLING AAN 50 HZ MAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO OP ONVRUCHTBAARHEID EN NADELIGE ZWANGERSCHAPSUITKOMSTEN: UPDATE OVER DE GEGEVENS BIJ DE MENS EN AANBEVELINGEN VOOR TOEKOMSTIGE STUDIES.
Lewis RC, Hauser R, Maynard AD, Neitzel RL, Wang L, Kavet R, Meeker JD.
J Toxicol Environ Health B Crit Rev 2016; 19 (1): 29-45.

Onvruchtbaarheid en ongunstige zwangerschapsuitkomsten zijn een belangrijke zorg voor de volksgezondheid. De afgelopen 35 jaren heeft onderzoek bestudeerd of blootstelling aan 50 Hz magnetische velden één van de etiologische factoren is. Er zijn echter geen duidelijke gezaghebbende reviews over dit onderwerp gepubliceerd in de laatste 15 jaar. Deze beoordeling geeft een overzicht en kritische analyse van de menselijke studies die in de peer-reviewed literatuur tussen 2002 en juli 2015 werden gepubliceerd. 13 epidemiologische studies die betrekking hebben op de blootstelling aan magnetische velden en ongunstige prenatale (bijvoorbeeld miskraam), neonatale (bv, vroeggeboorte of aangeboren afwijkingen), en mannelijke vruchtbaarheid uitkomsten (bijvoorbeeld slechte spermakwaliteit) zijn in de loop van deze periode gepubliceerd. Sommige van deze studies tonen associaties terwijl anderen dat niet doen, en beperkingen in het onderzoeksopzet kunnen deze inconsistenties verklaren. Toekomstig onderzoek moet met deze beperkingen in het achterhoofd worden ontworpen om de hiaten in het bestaand onderzoek op te vullen. In het bijzonder moeten de volgende onderwerpen aan bod komen: (1) het belang van het selecteren van de juiste studiepopulatie, (2) de nood aan aanpak van verstorende variabelen te wijten aan ongemeten lichamelijke activiteit, (3) het belang van het minimaliseren van informatiebias ten gevolge van fout in het meten van de blootstelling, (4) het overwegen van alternatieve blootstellingindicatoren van magnetische velden, en (5) implicaties en toepassingen van persoonlijke blootstellingsgegevens die gecorreleerd zijn binnen vrouw-man paren.

Conclusies: Verder epidemiologisch onderzoek is nodig, gezien de alomtegenwoordige blootstelling aan 50 Hz magnetische velden van de algemene bevolking.

GENETISCHE AFWIJKINGEN BIJ MENSEN BLOOTGESTELD AAN EXTREEM LAAGFREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN.
Maes A, Verschaeve L.
Arch Toxicol. 2016; 90 (10): 2337-2348.

De indeling van extreem laagfrequente magnetische velden (ELF-MV) door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek in de groep van 'mogelijk kankerverwekkend voor de mens' (groep 2B) is voornamelijk gebaseerd op epidemiologische bewijsmateriaal waaruit een verband blijkt tussen ELF-MV blootstelling en kinderleukemie. Ondanks de vele in vitro en in vivo onderzoeken is er nog geen causaal verband vastgesteld. Echter, menselijke cytogenetische biomonitoringstudies die werden uitgevoerd in het verleden vertonen overwegend positieve resultaten, d.w.z. verhoogde cytogenetische schade in perifere bloedlymfocyten of buccale cellen van ELF-MV-blootgestelde onderwerpen. Dit is van belang gezien het aangetoonde verband tussen waargenomen cytogenetische schade in cellen van mensen en een verhoogd risico op kanker. De auteurs hier maakten een evaluatie van de gepubliceerde onderzoeken en vonden dat veel studies duidelijk tekortkomingen hebben, waardoor harde conclusie niet mogelijk zijn.

Conclusies: Er zijn redenen om aan te nemen dat de effecten niet zo indrukwekkend zijn. Echter, de totaliteit van de studies kan niet zomaar worden genegeerd en rechtvaardigt verdere voorzichtigheid en de toepassing, tot op zekere hoogte, van het voorzorgsbeginsel.

Information in EMF-Portal

LITERATUUR REVIEW VAN DE CARDIOVASCULAIRE EFFECTEN VAN BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAGE FREQUENTIE ELEKTROMAGNETISCHE (ELF) VELDEN.
McNamee DA , Legros AG , Krewski DR , Wisenberg G , Prato FS , Thomas AW .
Int Arch Occup Environ Health. 2009; 82(8):919-933.

Het effect van blootstelling aan ELF elektromagnetische velden op cardiovasculaire parameters van de mens blijft onduidelijk. Epidemiologische studies met bepaling van de blootstelling van werknemers op de werkplek hebben gewijzigde hartritme variabiliteit gebruikt als een voorspellende factor voor sommige cardiovasculaire pathologiën. Laboratoriumonderzoek heeft zich gefocust op macrocirculatoire indicatoren zoals hartritme variabiliteit en bloeddruk. Slechts weinig studies hebben het effect op het microcirculatoire systeem onderzocht. Pogingen tot replicatie van zowel epidemiologische als labo studies waren niet succesvol. De studiedesign, kleine onderzoekspopulaties en verstorende variabelen hebben er voor gezorgd dat er weinig vooruitgang is in het onderzoek. Identificatie van deze problemen in het kader van de re-evaluatie van de studies voor het opmaken internationale aanbevelingen is essentieel voor toekomstig EMV onderzoek. Nieuwe studies moeten de mogelijke nadelige gezondheidseffecten onderzoeken alsook de detectie en karakterisatie van subtiele fysiologische wijzigingen.

IS ER EEN RELATIE TUSSEN EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDEN, ONTSTEKING EN NEURODEGENERATIEVE ZIEKTEN? EEN OVERZICHT VAN HET VIVO EN IN VITRO EXPERIMENTEEL BEWIJS.
Mattsson MO, Simko M.
Toxicology. 2012; 301:1-12.

Mogelijke gevolgen voor de gezondheid van blootstelling aan extreem laagfrequente magnetische velden (ELF-MF) krijgen veel belangstelling tijdens de laatste decennia. Een punt van zorg zijn de neurodegeneratieve ziekten (NDD), waar epidemiologisch bewijs een verband suggereert tussen MF blootstelling en de ziekte van Alzheimer (AD). Deze beoordeling is gericht op dierproeven en in vitro studies met ELF-MF blootstelling om te zien of er mechanistische ondersteuning bestaat voor een causaal verband tussen NDD en MF-blootstelling. De hypothese is dat ELF-MF blootstelling ontstekingsprocessen kan bevorderen en de progressie van NDD kan beïnvloeden. Een stevige conclusie met betrekking tot deze hypothese is moeilijk te trekken op basis van beschikbare studies, omdat er een gebrek aan experimentele studies is die het probleem van de ELF-MF blootstelling en NDD onderzocht hebben. Bovendien is de heterogeniteit van de uitgevoerde studies met betrekking tot bijvoorbeeld de blootstellingsduur, de fluxdichtheid, de biologische eindpunt en het celtype en het tijdstip van het onderzoek aanzienlijk en dit maakt het moeilijk conclusies te trekken. Niettemin suggereren de onderzochte conclusies van in vivo en in vitro studies dat korte MF-blootstelling milde oxidatieve stress (bescheiden toename ROS en veranderingen in antioxidant levels) veroorzaakt en eventueel anti-inflammatoire processen (afname van pro-inflammatoire en toename anti-inflammatoire cytokines) activeert. De weinige studies die specifiek NDDs-of NDD-relevante eindpunten hebben onderzocht laten zien dat de effecten van blootstelling ofwel ontbreken of geven ze positieve effecten op de neuronale levensvatbaarheid en differentiatie. In zowel immuunsysteem en NDD relevante studies, ontbreken experimenten met realistische langdurige blootstelling. Belangrijk is dat de gevolgen van een eventuele langdurige milde oxidatieve stress dus niet onderzocht zijn.

Conclusie: Samengevat zijn de bestaande experimentele studies ontoereikend om te antwoorden dat er een causaal verband is tussen MF-blootstelling en AD, zoals voorgesteld in de epidemiologische studies.

SELECTION BIAS AND ITS IMPLICATIONS FOR CASE-CONTROL STUDIES: A CASE STUDY OF MAGNETIC FIELD EXPOSURE AND CHILDHOOD LEUKAEMIA.
[Selectie bias en de implicaties ervan voor gevallen-controle studies : een onderzoek van de studies betreffende de relatie tussen magnetische velden en kinderleukemie.]
Mezei G., Kheifets L.
Int J Epidemiol. 2006; 35 : 397-406.

Op basis van een epidemiologische associatie tussen residentiële blootstelling aan ELF magnetische velden en kinderleukemie heeft het IARC (International Agency for Research on Cancer) de ELF magnetische velden als mogelijk kankerverwekkend geklasseerd. Aangezien het experimenteel onderzoek geen bewijs levert dat deze stelling ondersteunt en de biofysische verklaring van de carcinogeniciteit van magnetische velden onbekend is, is een causaal verband tussen kinderleukemie en ELF magnetische velden niet aangetoond.

Onder de alternatieve verklaringen is selectie bias in de epidemiologische studies de meest aanvaardbare hypothese. In een review van de epidemiologische literatuur vonden de auteurs zowel bewijzen voor als tegen het bestaan van selectie bias. Om de mogelijkheid van selectie bias te evalueren onderzochten ze het verband tussen de socioeconomische status en deelname aan de studies en blootstelling aan magnetische velden. Zij vonden dat vaak het vermelden van de selectie procedures in de studies zelf reeds gebiast en onvolledig is waardoor de interpretatie en evaluatie van een mogelijke bias moeilijk is. Indien bias aanwezig is heeft dit echter belangrijke implicaties voor de gevallen-controles studies in het algemeen. De auteurs vragen om de mogelijke selectie bias in alle studies beter te onderzoeken en te rapporteren en om nieuwe methodes in selectie van controles te ontwikkelen.

ZIJN PATIËNTEN MET CARDIALE IMPLANTATEN BESCHERMD TEGEN ELEKTROMAGNETISCHE STORINGEN IN HET DAGELIJKS LEVEN EN DE WERKOMGEVING?
Napp A, Stunder D, Maytin M, Kraus T, Marx N, Driessen S.
Eur Heart J. 2015 21 juli; 36 (28): 1798-804.

De toepassing van cardiale implantaten zoals pacemakers en implanteerbare cardioverter defibrillatoren is nu gemeengoed bij hartpatiënten. De steeds toenemende technologische complexiteit van deze toestellen gaat samen met een bijna alomtegenwoordige blootstelling aan elektrische, magnetische en elektromagnetische velden (EMV), zowel in het dagelijks leven als in het arbeidsmilieu. Gezien het feit dat elektromagnetische storingen (EMS) geassocieerd zijn met mogelijke risico's bij de dragers van het implantaat, worden artsen in toenemende mate geconfronteerd met patiënten met intermitterende EMS bij beroepsmatige blootstelling.

Conclusies: Deze review geeft een actueel overzicht van cardiovasculaire implanteerbare elektronische apparaten, hun functie en gevoeligheid voor niet-medische elektromagnetische velden en geeft aanbevelingen voor artsen die zorg dragen voor patiënten met een actief cardiale implantaat.

BLOOTSTELLING AAN MAGNETISCHE VELDEN EN KINDERLEUKEMIE. DE ONDERZOEKSAGENDA VOORUIT RICHTEN.
Röösli M., Künzli N.
International Journal of Epidemiology. 2006; 35 : 407-408.

De associatie tussen kinderleukemie en blootstelling aan ELF EMF is op een consistente wijze gedocumenteerd in reviews. Niettemin blijft de relatie betwistbaar omdat de risico’s werden vastgelegd bij blootstellingsniveaus waarbij er in principe een biologische effecten optreden. Gegevens uit dieronderzoek zijn meestal negatief en een aanvaardbaar en reproduceerbaar biologisch mechanisme ontbreekt nog steeds. De studies over leukemie bij volwassenen met hoge beroepsmatige blootstelling hebben geen resultaten opgeleverd hoewel een trend naar een verhoogd risico bij personen met een zeer hoge blootstelling door ICNIRP erkend wordt. Dientengevolge is er een discussie gaande betreffende de mogelijkheid dat het statistisch verband tussen de incidentie van kinderleukemie en de blootstelling aan omgevings ELF-EMF het gevolg is van bias (verstoring). Er zijn 3 belangrijke bronnen van bias om mogelijks een rol te spelen in dit onderzoek : confounders (verstorende variabelen), blootstellingsmisclassificatie en selectie bias.

Het is vroeger al aangetoond dat het onwaarschijnlijk is dat verstoring door een onbekend, etiologisch relevant correlaat van ELF-EMF niveaus (vb. verkeersdrukte) belangrijk is in deze context. Blootstellingsmisclassificatie zal waarschijnlijk nondifferentieel zijn en zal eerder een onderschatting geven van de echte blootstellingsresponse
associatie.

Het werk van Mezei en Kheifets heeft aangetoond dat het niet waarschijnlijk is dat de waargenomen associatie het gevolg is van selectie bias.

IDIOPATHISCHE MILIEU INTOLERANTIE TOEGESCHREVEN AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN (VOORHEEN 'ELEKTROMAGNETISCHE OVERGEVOELIGHEID'): EEN GEACTUALISEERDE SYSTEMATISCHE REVIEW VAN DE PROVOCATIEONDERZOEKEN.
Rubin GJ , Nieto-Hernandez R , S Wessely .
Bioelectromagnetiscs 2010; 31: 1-11.

Idiopathische milieu-intolerantie toegeschreven aan elektromagnetische velden (IMI-EMF; voorheen 'electromagetische overgevoeligheid') is een medisch onverklaarde ziekte waarin subjectieve symptomen worden gemeld na blootstelling aan elektrische apparaten. In een eerdere systematische review hebben de auteurs gerapporteerd over de gegevens van 31 blinde provocatiestudies waarin IMI-EMF vrijwilligers werden blootgesteld aan actieve of schijn elektromagnetische velden en waarin gekeken werd of deze vrijwilligers deze velden kunnen detecteren of ergere symptomen melden tijdens de blootstelling. In dit artikel geven ze een update van deze review. Een uitgebreid literatuuronderzoek heeft 15 nieuwe experimenten geïdentificeerd. Inclusief de studies beschreven in de eerdere review zijn er 46 blinde of dubbelblinde provocatiestudies, waarbij 1.175 IMI-EMF vrijwilligers hebben getest of blootstelling aan elektromagnetische velden verantwoordelijk is voor het veroorzaken van de symptomen bij IMI-EMF. Een robuust bewijs om deze theorie te ondersteunen kon niet worden gevonden. Echter, de studies opgenomen in deze herziening gaven geen ondersteuning van de rol van het nocebo-effect bij het ontstaan van acute symptomen in IMI-EMF lijders. Ondanks de overtuiging van IMI-EMF patiënten dat hun symptomen worden veroorzaakt door blootstelling aan elektromagnetische velden zijn herhaalde experimenten niet in staat geweest om dit fenomeen te repliceren onder gecontroleerde omstandigheden. Het is daarom onwaarschijnlijk dat een nauwe focus van clinici of beleidsmakers op bio-electromagnetische mechanismen de IEI-EMF patiënten zal helpen op de lange termijn.

BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO VAN KANKER BIJ KINDEREN: UPDATE VAN DE EPIDEMIOLOGISCH EVIDENTIE.
Schüz J.
Prog Biophys Mol Biol. 2011, 107: 339-342

Er is een aanhoudende wetenschappelijke controverse of het waargenomen verband tussen blootstelling aan residentiële extreem laagfrequente magnetische velden (ELF-MF) en het risico op leukemie bij kinderen dat vastgesteld is in epidemiologische studies causaal is of te wijten is aan methodologische tekortkomingen van deze studies. Een recent gepoolde analyse bevestigt de resultaten van voorgaande onderzoeken, namelijk een ongeveer tweevoudige risico bij ELF-MF blootstelling boven de 0.4 µT, en de consistentie tussen de studies van verschillende landen met verschillende design, verschillende methoden van beoordeling van de blootstelling, en de verschillende systemen van het elektriciteitsnet en distributie. Aan de andere kant, toont de recente gepoolde analyse weinig bewijs voor een associatie tussen hersentumoren bij kinderen en ELF-MF, ook bij blootstelling boven de 0.4 µT.

Conclusie: Over het algemeen blijft de beoordeling dat ELF-MF een mogelijk kankerverwekkend agens is en kan leiden tot leukemie bij kinderen geldig. Lopend onderzoek, vooral experimentele en enkele nieuwe epidemiologische studies, geven hopelijk extra inzicht om duidelijkheid te brengen in een onderzoeksgebied dat nog niet tot een besluit is kunnen komen.

IMPLICATIES VAN DE EPIDEMIOLOGISCHE STUDIES BETREFFENDE HET VERBAND TUSSEN MAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO OP KINDERLEUKEMIE OP DE RICHTLIJNEN VOOR BLOOTSTELINGSBEPERKING.
Schüz J.
Health Phys. 2007; 92 : 642-648.

Het doel van deze review is de impact van de resultaten van de epidemiologische studies over het verband tussen blootstelling aan ELF magnetische velden en het risico op kinderleukemie op de vastlegging van blootstellingslimieten te bespreken. Een groot aantal epidemiologische studies hebben op een consistente wijze een associatie aangetoond tussen het risico op kinderleukemie en residentiële blootstelling aan ELF magnetische velden. Er zijn tot op heden bijna geen data van het experimenteel onderzoek die dit verband ondersteunen en voor een mechanistische verklaring komt men niet verder dan hypothesen. De tegenstelling tussen epidemiologisch en experimenteel onderzoek kan het gevolg zijn van methodologische beperkingen die een valse associatie doen ontstaan of van tekortkomingen van het experimenteel onderzoek in het zoeken naar mechanismen die een rol spelen in kinderleukemie. Alles bij elkaar genomen is de globale evidentie niet voldoende sterk om een herziening van de bestaande richtlijnen voor de bescherming van de gezondheid te vragen. Het toepassen van het voorzorgsprincipe is een optie. Beslissingsnemers moeten echter inzien dat deze maatregelen niet rechtlijnig zijn en een grondige evaluatie van mogelijke voordelen vergen voor elk geval afzonderlijk. Er zijn zeker nog gaten in onze kennis en de nieuwe studies geven geen opheldering. Maar belangrijke lessen kunnen getrokken worden zowel met betrekking tot de etiologie van kinderleukemie als met betrekking tot de nood aan betere epidemiologische methodes voor het ontdekken van mogelijke zwakke associaties.

BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO OP KINDERLEUKEMIE: EEN REVIEW.
Schüz J , Ahlbom A .
Radiat Prot Dosimetry. 2008;132: 202-211.

ELF magnetische velden zijn geklasseerd als mogelijk kankerverwekkend op basis van epidemiologische studies die een associatie aantonen tussen lange termijn blootstelling aan magnetische velden met een gemiddelde boven 0.3/0.4 microTesla en het risico op kinderleukemie. Een mechanisme dat deze associatie verklaard is niet gevonden en experimenteel onderzoek leverde geen bewijzen op voor de causaliteit van de associatie. Toeval en bias kunnen niet met volledige zekerheid uitgesloten worden als een verklaring voor de waargenomen associatie. Als het verband causaal is, verklaart ze maar een kleine fractie van de globale incidentie van kinderleukemie. Er waren enkele studies over clusters van kinderleukemie in de omgeving van krachtige radio- en televisie zendmasten in Australië en Italië. Maar in recent uitgebreide en systematische studies in Korea en Duitsland was er geen verband tussen blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden afkomstig van zendmasten en het risico op kinderleukemie. Studies over het verband tussen GSM gebruik en leukemie bij adolescenten zijn aangewezen.

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN EPIDEMIOLOGIE: EEN OVERZICHT GEINSPIREERD DOOR DE VIERDE CURSUS VAN DE INTERNATIONAL SCHOOL OF BIOELECTROMAGNETICS.
Schüz J , Lagorio S , Bersani F .
Bioelectromagnetics. 2009; 30(7): 5115-24. Bioelectromagnetics. 2009; 30 (7): 5115-24.

De vierde cursus bij de Internationale School van Bioelectromagnetics behandelde verschillende aspecten van de epidemiologie van blootstelling aan elektro-magnetische velden (EMF). In dit overzicht, geïnspireerd door de lezingen en de discussies tussen de deelnemers, vatten de auteurs de huidige kennis over de blootstelling aan EMF en het risico op ziekte samen, met de nadruk op onderzoeken over de relatie tussen het gebruik van mobiele telefoons en hersentumoren en de relatie tussen de blootstelling aan hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen. Bronnen van vertekening en fout belemmeren eenvoudige conclusies in sommige gebieden en, om vooruitgang te boeken zijn verbeteringen in de studiedesign en de evaluatie van de blootstelling noodzakelijk. De wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn over de mogelijke lange-termijn effecten van blootstelling aan ELF en RF-velden is niet sterk genoeg om de huidige blootstellingslimieten gebaseerd op de bekende acute effecten te herzien.

Voorzorgsmaatregelen kunnen worden overwogen om de ELF blootstelling van kinderen of blootstelling aan RF tijdens het gebruik van mobiele telefoon te verminderen, waarbij het onduidelijk is of zij eventuele preventieve voordelen opleveren. Mogelijke gezondheidseffecten van gsm-gebruik bij volwassenen en bij kinderen moet verder worden onderzocht door prospectieve epidemiologische studies met een betere beoordeling van de blootstelling en de hersentumor incidentie moet worden opgevolgd. Verdere studies over de relatie tussen leukemie bij kinderen en ELF magnetische velden zou nuttig zijn als ze sterk gericht zijn op kwetsbare groepen en proberen om mogelijke selectie bias te minimaliseren.

Conclusie: Epidemiologische studies uitgevoerd met de nodige zorgvuldigheid kunnen een belangrijke rol spelen bij het vinden van antwoorden.

BLOOTSTELLING AAN ELEKTROMAGNETISCH VELDEN EN BORSTKANKER BIJ MANNEN: EEN META-ANALYSE VAN 18 STUDIES.
Sun JW, Li XR, Gao HY, Yin JY, Qin Q, Nie SF, Wei S.
Asian Pac J Cancer Prev. 2013, 14 (1): 523-528.

De mogelijkheid dat de blootstelling aan elektromagnetische velden (EMV) het risico op mannelijke borstkanker kan verhogen wordt al langer onderzocht. Er zijn argumenten naar voren gebracht dat studies van slechte kwaliteit geleid hebben tot statistisch significante resultaten door toeval of bias. Bovendien zijn de gegevens van de laatste 10 jaar niet systematisch samengevat. Om een mogelijke associatie te bevestigen, werd een meta-analyse uitgevoerd door een systematische zoekstrategie. Een totaal van 7 case-control en 11 cohortstudies werd geïdentificeerd en de samengevoegde OR's met 95% CI's werden gebruikt als de belangrijkste uitkomstmaten. Gegevens van deze studies werden geëxtraheerd met een standaard meta-analyse procedure en gegroepeerd met betrekking tot het ontwerp, cut-off point, blootstellingsbeoordelingsmethode, correcties en blootstellingsmodel. Een statistisch significant verhoogd risico op borstkanker bij mannen met blootstelling aan elektromagnetische velden werd vastgesteld (gepoolde OR's = 1,32, 95% CI = 1,14 -1,52, P <0.001), en subgroepanalyses toonden gelijkaardige resultaten. Conclusie: Deze meta-analyse suggereert dat blootstelling aan elektromagnetische velden kan worden geassocieerd met de toename van het risico van borstkanker bij mannen.

KAN HET AARDMAGNETISCH VELD EEN EFFECT-MODIFIER ZIJN IN STUDIES VAN 50 HZ MAGNETISCHE VELDEN EN KINDERLEUKEMIE?
Swanson J, L. Kheifets
J Radiol Prot. 2012; 32:413-418.

Epidemiologische studies vinden een verband tussen 50 Hz magnetische velden en leukemie bij kinderen. Een kandidaat mechanisme voor een oorzakelijk verband is het effect van magnetische velden op biologische reacties waarbij vrije radicalen een rol spelen. Dit mechanisme voorspelt effecten door variaties in statische alsook wisselende magnetische velden, en daardoor verschillende gevolgen op verschillende plaatsen op het aardoppervlak ten gevolge van variaties in het aardmagnetisch veld. Dit direct testen is problematisch. In plaats daarvan onderzoeken de auteurs of het aardmagneetveld een effect modifier is in studies van wisselende magnetische velden. Ze vinden eerder beperkt en niet statistisch significant bewijs en bespreken de implicaties.

BIOFYSISCHE MECHANISMEN ALS ELEMENT IN DE BEWIJSVOERING VAN GEZONDHEIDSEFFECTEN VAN 50 Hz ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN.
Swanson J., Kheifets L.
Radiation Research 2006 ; 165 : 470-478.

Intense blootstellingen aan 50 Hz elektrische en magnetische velden veroorzaken aantoonbare biologische effecten die verklaard worden door algemeen aanvaarde mechanismen en vormen de basis voor het opmaken van blootstellingslimieten. Minder intense blootstellingen (lager dan gemiddeld 1 microTesla in de woning) worden door het IARC geklasseerd als mogelijk kankerverwekkend op basis van de epidemiologische studies van kinderleukemie. Deze indeling neemt de overwegend negatieve laboratorium gegevens in aanmerking. Ook het ontbreken van biofysische mechanismen die optreden bij dergelijk lage blootstellingsniveau’s zijn een argument tegen het bestaan van een
causaal verband.

De auteurs onderzochten een twintigtal biofysische mechanismen die zijn voorgesteld als verklaring van een effect bij lage blootstelling. De nadruk lag hierbij op de plausibiliteit: het principe dat om een biologisch effect te veroorzaken het mechanisme een signaal moet produceren dat groter is dan de natuurlijk bestaande achtergrond. Sommige van de mechanismen zijn onmogelijk en sommige vergen specifieke omstandigheden waarvoor er weinig of geen bewijs is dat ze aanwezig zijn tijdens menselijke blootstelling. Van andere kan voorspeld worden dat ze plausibel zijn vanaf een bepaald niveau van blootstelling. De auteurs concluderen dat effecten bij een blootstelling van 5 microTesla onwaarschijnlijk zijn. Rond 50 microTesla is er geen specifiek mechanisme aantoonbaar, maar het probleem van plausibiliteit is weggenomen. Boven 500 microTesla zijn er aangetoonde of mogelijke effecten van aanvaarde mechanismen. De afwezigheid van een geloofwaardig biofysisch mechanisme bij lage blootstellingsintensiteiten kan niet gebruikt worden als bewijs dat gezondheidseffecten van elektrische en magnetische velden onmogelijk zijn. Niettemin is het een belangrijk feit in de evaluatie van gezondheidseffecten van deze velden.

ELF Elektrische En Magnetische Velden In Het Kader Van Draper Et Al. 2005.
Swanson J, Vincent T, Kroll M, Draper G.
Ann N Y Acad Sci. 2006;1076 : 318-330.

50 Hz elektrische en magnetische velden worden gevormd overal waar elektriciteit wordt verbruikt. Overal is er blootstelling. Epidemiologische studies hebben bij kinderen een verband gevonden tussen wonen in huizen met de hoogste magnetische veldsterkten en kinderleukemie. Maar bias is een mogelijke alternatieve verklaring voor een causaal verband. Een nieuwe studie van Draper et al. onderzoekt huizen die in de nabijheid van een hoogspanningslijn (een bron van blootstelling aan sterke velden) liggen, met een studie opzet die bias vermijdt. Deze studie vindt verhoogde kinderleukemie incidentie, maar zo ver verwijderd van de hoogspanningslijnen dat het niet meer compatibel is met de bestaande literatuur. Dit leidt tot onderzoek van alternatieve verklaringen : magnetisch veld, andere fysische factoren zoals corona ionen, de karakteristieken van de gebieden waar de lijnen doorheen passeren, bias en toeval.

De conclusie is dat er momenteel geen enkele verklaring de voorkeur heeft, maar dat dit een belangrijk wetenschappelijk probleem is waarop verder onderzoek moet gebeuren tot een verklaring is gevonden.

Impact van hoge elektromagnetische veldsterkten op de incidentie van leukemie bij kinderen.
Teepen JC, van Dijck JA.
Int J Cancer. 2012; 131: 769 tot 778.

Door de toenemende blootstelling aan elektromagnetische velden (EMV) is er bezorgdheid gerezen omdat een toename van de blootstelling zou kunnen leiden tot een verhoogd risico op leukemie bij kinderen (KL). Naast een korte introductie over KL en EMF geeft dit artikel een beoordeling van de evidence voor een causaal verband tussen EMF en KL door een kritische evaluatie van de epidemiologische en biologische studies. De potentiële impact wordt ook geschat door het bevolkings attributieve risico te bepalen. De etiologie van KL is grotendeels onbekend, maar is waarschijnlijk multifactorieel. EMF kan een van de betrokken milieu-risico's zijn. Drie gepoolde analyses van case-control studies toonden een 1,4 - tot 1,7-voudig verhoogd risico op KL voor extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF-EMF) met blootstellingsniveaus boven de 0,3 μT. Verschillende soorten bias kunnen een rol hebben gespeeld in deze studies, maar zijn waarschijnlijk niet voldoende om het verhoogde risico te verklaren. Voor mogelijke effecten van radiofrequente ELF ontbreken de bewijzen. Voor geen enkele van de voorgestelde biologische mechanismen met ELF-EMF als oorzaak van KL zijn er bewijzen. De geschatte totale bevolkings attributieve risico was 1,9%, met de hoogste schattingen in Noord-Amerika en Brazilië (4,2% en 4,1%, respectievelijk).

Conclusie: De potentiële impact van blootstelling aan elektromagnetische velden op de volksgezondheid is waarschijnlijk beperkt, hoewel in sommige landen de blootstelling relatief hoog kan zijn en dus een meer substantiële impact zou kunnen hebben. De auteurs bevelen landelijke enquêtes aan om meer inzicht te krijgen in de huidige blootstelling van kinderen. Het verminderen van de blootstelling van hoogspanningslijnen in de buurt van dichtbevolkte gebieden en scholen wordt geadviseerd. Toekomstig epidemiologische studies moet zich richten op het beperken van bias.

IS MELATONINE DE HORMONALE ONTBREKENDE SCHAKEL TUSSEN MAGNETISCHE VELDEN EN MENSELIJKE ZIEKTEN?
Touitou Y., Bogdan A., Lambrozo J., Selmaoui B.
Cancer Causes Control 2006 ; 17 : 547-552.

De verstoring van de melatonine secretie is uitgebreid bestudeerd omdat het de mogelijke ontbrekende schakel is tussen blootstelling aan 50/60 HZ elektrische en magnetische velden en het optreden van mogelijke gezondheidseffecten, gekend als de melatonine hypothese. De auteurs analyseerden de experimentele studies met dieren (knaagdieren), waar tegenstrijdige resultaten geobserveerd zijn, en de menselijke studies met vrijwilligers en met werknemers in verschillende blootstellings-condities. Bij mensen, ook bij lange termijn blootstelling, ondersteunen de resultaten van deze studies de melatonine hypothese niet. Het is onwaarschijnlijk dat kanker of stemmingsstoornissen die gemeld worden door personen blootsgesteld aan 50/60 HZ elektrische en magnetische velden gerelateerd zijn met de verstoring van melatonine niveaus.

BEROEPSMATIGE BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAAGFREQUENTE MAGNETISCHE VELDEN EN NEURODEGENERATIEVE ZIEKTEN: EEN META-ANALYSE.
Vergara X, Kheifets L, Greenland S, Oksuzyan S, Cho YS, Mezei G.
J Occup Environ Med. 2013, 55 (2): 135-146.

Eerdere studies melden associaties tussen beroepsmatige blootstelling aan elektrische en magnetische velden (MF) en neurodegeneratieve ziekten (NDDs). De resultaten verschillen tussen studies met proxy blootstellingen op basis van jobtitels en geschatte MF niveaus. De auteurs voerden een meta-analyse uit van studies over beroepsmatige blootstelling aan MF en NDD s (vooral de ziekte van Alzheimer (AD)) en motor neuron ziekten (MNDs).

Ze identificeerden 42 peer-reviewed publicaties en keken in de analyse vooral naar de studiekenmerken, de blootstellingsgrootheden, en publicatiebias.

Ze vonden zwakke associaties tussen proxies voor beroepsmatige blootstelling aan MF en AD en MND. Motorneuronziekte risico was geassocieerd met jobtitels, terwijl AD risico geassocieerd was met geschatte MF niveaus. De resultaten varieerden volgens onderzoeksopzet, met ongelijke variaties tussen de ziekten.

Conclusies: Deze resultaten ondersteunen MF niet als de verklaring voor de waargenomen associaties tussen jobtitels en MND. Ziekte misclassificatie, met name voor AD, en onnauwkeurig blootstellingsbeoordeling beïnvloeden de meeste studies.

BLOOTSTELLINGSLIMIETEN VOOR EXTREEM LAAG FREQUENTE ELEKTRISCHE EN MAGNETISCHE VELDEN: EEN RATIONALE VOOR BASISRESTRICTIES GEBRUIKT IN DE ONTWIKKELING IN DE AUSTRALISCHE NORM.
Wood AW.
Bioelectromagnetics. 2008; 29: 414-428.

Er is een grote discrepantie tussen de basisrestricties voor ELF (0-3KHz) elektrische en magnetische velden van twee internationale organisaties. Beide organisaties zijn het er over eens dat de basisrestricties neurostimulatoire effecten moeten voorkomen: de netvlies fosfenen bij frequenties tot enkele honderden Hertz en perifere zenuw stimulaties bij hogere frequenties. Het verschil komt voort uit de verschillen in geschatte drempels, de frequentie-afhankelijkheid, en de keuze of de restricties moeten gebeuren voor geïnduceerde stroom in het weefsel of elektrische veldsterkte.

Deze studie is van oordeel dat de grootheid elektrische veldsterkte beter gerelateerd is met neurostimulatoire effecten.

Uit studie van de beschikbare literatuur kan besloten worden dat de drempel voor netvlies fosfenen 56 mV/m (95% betrouwbaarheidsinterval 2-1330 mV/m) is met een karakteristieke frequentie van 20 Hz . De kleinste perifere zenuw stimulatie drempel is 2 V/m met een karakteristieke frequentie boven de 3 kHz .

Conclusie: Omwille van de smalle marge tussen gewaarwording en pijndrempel en omwille van de grote inter-individuele variatie bepaalt de laagste schatting van gewaarwording (2 V/m) de basisrestrictie met een ingebouwde voorzichtigheid.

BLOOTSTELLING AAN MAGNETISCHE VELDEN EN HET RISICO OP KINDERLEUKEMIE: EEN META - ANALYSE OP BASIS VAN 11.699 GEVALLEN EN 13.194 CONTROLES.
Zhao L , Liu X , Wang C , Yan K , X Lin , Li S , Bao H , Liu X.
Leuk Res . 2014 ; 38 (3) :269-274.

Het doel van deze studie was de associatie tussen kinderleukemie en blootstelling aan magnetische velden te onderzoeken. De literatuur werd doorzocht met PubMed, ProQuest, Web of Science ( SCI ) en Medline databases voor de periode 1997-2013. De heterogeniteit tussen de verschillende studies werd gewogen door I - kwadraat waarde. Publicatiebias werd getest door funnel plot en Egger 's test. Odds ratio ( OR ) en 95 % betrouwbaarheidsinterval ( CI ) werden gebruikt om de kracht van de associatie te evalueren. De statistische analyses in deze studie werden uitgevoerd door STATA softwarepakket ( versie 12.0, College Station, TX ).

Een totaal van 11.699 gevallen en 13.194 controles in 9 studies werden gestratificeerd door verschillende blootstellingsafkappunten. Met < 0,1 μT als referentie werdt een statistisch verband tussen magnetische veldsterkte ≥ 0,4 μT en kinderleukemie vastgesteld ( voor totaal leukemie : OR = 1,57 , 95% CI = 1,03-2,40 , voor acute lymfatische leukemie : OR = 2.43 , 95 % CI = 1,30-4,55 ). Met < 0,2 μT als referentieniveau was de associatie tussen magnetische veldsterkte ≥ 0,2 μT en kinderleukemie ook positief (OR = 1,31 , 95% CI = 1,06-1,61 ).

Conclusies : Het resultaat van deze meta – analyse toont aan dat de blootstelling aan magnetisch velden kan worden geassocieerd met kinderleukemie.

ASSOCIATIE TUSSEN BEROEPEN MET BLOOTSTELLING AAN EXTREEM LAAG FREQUENTE ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN EN AMYOTROFE LATERAAL SCLEROSE: EEN META-ANALYSE.
Zhou H, Chen G, C Chen, Yu Y, Xu Z.
PLoS One. 2012; 7 (11): e48354.

Door middel van het zoeken in PubMed databases (of handmatig zoeken) tot en met april 2012 werden met behulp van de trefwoorden: "beroepsmatige blootstelling", "elektromagnetische velden" en "amyotrofe laterale sclerose" of "motor neuron ziekte", zeventien studies geïdentificeerd als in aanmerking komend voor deze meta- analyse. De associaties tussen ELF-EMF blootstelling en het ALS risico werden geschat op basis van de onderzoeksopzet (case-control of cohort studie) en de ELF-EMF blootstellingsbeoordeling (functie, job-exposure matrix). De heterogeniteit tussen de studies werd getest evenals de publicatie bias.

Beroepsmatige blootstelling aan ELF-EMF was significant geassocieerd met een verhoogd risico op ALS in gepoolde studies (RR = 1,29, 95% CI = 1,02-1,62), en case-control studies (OR = 1.39, 95% CI = 1,05-1,84), maar niet cohort studies (RR = 1,16, 95% CI = 0.80-1.69). In sub-analyses werden soortgelijke significante associaties gevonden wanneer de blootstelling werd bepaald door de functie, maar niet de taak-exposure matrix. Daarnaast werden significante associaties tussen beroepsmatige blootstelling aan ELF-EMF en een verhoogd risico op ALS gevonden in studies van subjecten die klinisch gediagnosticeerd zijn, maar niet bij deze die op basis van de overlijdensakte werden bepaald. Matige heterogeniteit werd waargenomen in alle analyses.

Conclusies: Deze gegevens wijzen op een lichte maar significante ALS risicoverhoging bij mensen met functies die in verband staan met relatief hoge niveaus van blootstelling aan ELF-elektromagnetische velden. Omdat de omvang van de geschatte RR relatief klein was, kan men de mogelijkheid van potentiële bias op het werk niet ontkennen. Elektrische schokken of andere onbekende variabelen in verband met elektrische beroepen, niet magnetisch veld blootstelling kan verantwoordelijk zijn voor de waargenomen associaties met ALS.

Share on Facebook

Laatste update op 24/04/2017

Zie ook...

Health

Gezondheid

Na ongeveer 40 jaar onderzoek naar de effecten 50 Hz EMV op de gezondheid zijn de resultaten nog steeds onbeslist. Zie een overzicht van recent onderzoek.

Problematiek van gezondheid risico's >>
Hypersensitivity

Elektromagnetische hypergevoeligheid

Wat mensen hebben een brede waaier aan niet-specifieke klachten en symptomen die zij toeschrijven aan elektriciteit of EMV. Dit resulteert in verschillende gradaties van ongemak en gezondheidsklachten. (...)

Elektromagnetische hypergevoeligheid >>