BBEMG - Belgian BioElectroMagnetics Group

Belgian BioElectroMagnetics Group

Bloedanalyse bij elektromagnetische hypergevoeligheid (2005-2009)

Bloedanalyse bij elektromagnetische hypergevoeligheid (2005-2009)

Activiteitenverslagen

2007-2009

P. De Boever, F. Boonen, R. Weltens & D. Ooms

Hypersensitiviteit voor elektriciteit : een genetisch onderzoek

Doelstelling van dit project was het onderzoek naar mogelijke DNA-schade in bloedcellen die veroorzaakt wordt door blootstelling aan elektrische stroom en elektromagnetische straling. Een bijzonder doelstelling bestond erin na te gaan of elektrosensitieve patienten onderscheiden konden worden van controlepersonen op basis van een verschillende reactie van de bloedcellen wanneer die in vitro werden blootgesteld aan elektromagnetische straling.

In het project werd de nadruk gelegd op twee verschillende cytogenetische testen (komeettest en micronucleus) als gevoelige technieken om DNA- schade te detecteren. De bloedcellen van vermeende elektrosensitieve patiënten reageerden op dezelfde wijze als controlestalen. Er werden geen significante verschillen waargenomen met de komeetttest en de micronucleus. Er werd wel een substantiële variatie in DNA-schade tussen verschillende individuen waargenomen. De resultaten komen overeen met het algemeen geldend principe dat elektromagnetische stralen van 50 Hz te weinig energie-inhoud hebben om directe DNA-schade te veroorzaken.

In een tweede fase van het project werd de komeettest geoptimaliseerd zodat oxidatieve DNA schade kon gedetecteeerd worden. Meer in het bijzonder werd de test aangepast zodat de aanwezigheid van 8-oxoguanine in DNA kon gedetecteerd worden als maat voor oxidatieve stress. De aangepaste test werd gebruikt om oxidatieve stress aan te tonen in een monocyte cellijn THP-1. De resultaten gaven aan dat cytotoxiciteit significant steeg wanneer de THP-1 cellen werden behandeld met paraquat, dat werd toegevoegd om oxidatieve stress te induceren, in combinatie met een blootstelling aan een 50 Hz veld. Dit fenomeen werd enkel waargenomen bij hoge concentraties paraquat (0.625 tot 5 mM ) en hoge dosissen 50 hz (500 µT en 1 mT). Verder werd aangetoond dat bij niet-cytotoxische concentraties ( 0.625 mM paraquat en 500 µT 50 Hz) een gecombineerde blootstelling (paraquat en 50 Hz) meer oxidatieve DNA schade induceerde dan een enkelvoudige blootstelling (paraquat of 50 Hz). Vergelijkbare experimenten werden uitgevoerd met bloed van gezonde vrijwilligers. De komeettest toonde consistent aan dat DNA van perifere mononucleaire cellen meer oxidatieve schade (onder de vorm van 8-oxoguanine) bevatte na blootstelling aan 100 µT. Dit effect was reeds merkbaar na 30 min blootstelling en vermeerderde niet tijdens een langere blootstelling. Verder werd een blootstelling aan 50 Hz getest in combinatie met waterstof peroxide en Ro 12-9786 (een fotosensitizer). De hypothese werd getest dat blootstelling aan 50 Hz de reactiviteit en gevoeligheid van de cellen kan veranderen. De resultaten gaven geen additief effect aan van 50 Hz blootstelling.

De resultaten van het project lieten niet toe om elektrosensitieve patiënten te identificeren op basis van cytogenetische testen. Er wordt gesteld dat de geselecteerde eindpunten niet gevoelig genoeg zijn en de studiecohorte te klein is om eventuele subtiele effecten op te sporen. Er wordt eveneens getwijfeld aan het feit of cytogenetische testen bruikbaar zijn om elektrosensitiviteit te verklaren. De resultaten van de in vitro experimenten toonden aan dat 50 Hz velden (bij een dosis ban 100 µT) een verhoogde oxidatieve DNA schade veroorzaakten in een cellijn en primaire mononucleaire cellen. Indien deze DNA schade niet adequaat hersteld wordt in vivo, dan kan dit aanleiding geven tot DNA mutaties. De primaire bloedcellen bleken gevoeliger te zijn en reageerden significant op een blootstelling aan 100 µTgedurende 30 min.

De toename van oxidatieve DNA schade, zoals gemeten met de komeettest, is nog niet gerapporteerd in de literatuur en het kan nuttig zijn om verder onderzoek te verrichten naar het werkingsmechanisme in in vitro experimenten.

2005-2006

L. Verschaeve, A. Maes & R. Anthonissen

Overgevoeligheid voor elektriciteit: cytogenetisch laboratoriumonderzoek

De afgelopen jaren kregen wij (ten dele in het kader van de activiteiten van de BBEMG) de kans om de oorsprong van Semicirculaire lipoatrophie (L.S.) na te gaan. Het betreft een zeldzame, idiopathische aandoening die wordt gekenmerkt door halfronde indrukken op de huid vooraan en zijdelings op beide dijen. Wij gingen uit van de hypothese van een "elektromagnetische oorsprong" van deze nieuwe "kantoorziekte" (cf. Maes et al., 2003) en vonden aanwijzingen dat personen met L.S. mogelijk "elektromagnetisch overgevoelig" zouden kunnen zijn.

Dit voorafgaandelijk onderzoek wees op de "comet assay" techniek als een mogelijk middel om onderscheid te maken tussen elektromagnetisch overgevoelige en niet-overgevoelige personen. Dat is de doelstelling van ons huidig onderzoek.

Het voorbije jaar hebben wij op de eerste plaats ons voorgaand onderzoek afgesloten met verdere analyses op moleculair niveau (analyse van microarrays of genotypering). Om verder te onderzoeken of elektromagnetisch overgevoelige personen gevaar lopen in geval van blootstelling aan elektromagnetische velden, stelden wij ook voor om de micronucleustest toe te passen op aan elektromagnetische velden blootgestelde bloedcellen van zogenaamd overgevoelige en niet-overgevoelige personen. Deze test wordt als één van de belangrijkste genetische tests beschouwd, in het bijzonder als hij wordt uitgebreid met wat nu de "cytome-assay" wordt genoemd. Dankzij deze methode kunnen wij wijzigingen in genen verder onderzoeken. Maar de cytome-assay is nog niet volledig gevalideerd en een deel van ons werk in het eerste jaar van het nieuwe BBEMG-project bestond uit de validatie evenals de validatie van een systeem voor beeldanalyse.

Vermeend overgevoelige personen ondergingen een aantal onderzoeken aan de Universiteit van Luik (zie het team PNE). Voor ons onderzoek werden bloedmonsters afgenomen in Luik maar deze moesten voor analyse naar Mol gebracht worden. Het protocol voor het overbrengen van bloedmonsters naar ons laboratorium werd ook dit jaar uitgewerkt.

Referentie: Maes A., Curvers B., Verschaeve L. (2003) Lipoatrophia semicircularis: the electromagnetic hypothesis.Electromagn et. Biol. Medicine, 22, 183-193.

Share on Facebook

Laatste update op 12/05/2015

Zie ook...

Health

Gezondheid

Na ongeveer 40 jaar onderzoek naar de effecten 50 Hz EMV op de gezondheid zijn de resultaten nog steeds onbeslist. Zie een overzicht van recent onderzoek.

Problematiek van gezondheid risico's >>
Hypersensitivity

Elektromagnetische hypergevoeligheid

Wat mensen hebben een brede waaier aan niet-specifieke klachten en symptomen die zij toeschrijven aan elektriciteit of EMV. Dit resulteert in verschillende gradaties van ongemak en gezondheidsklachten. (...)

Elektromagnetische hypergevoeligheid >>