BBEMG - Belgian BioElectroMagnetics Group

Belgian BioElectroMagnetics Group

Elektromagnetische hypergevoeligheid: Activiteitenverslag en publicaties

Elektromagnetische hypergevoeligheid: Activiteitenverslag en publicaties

 2013-2016

C. Brabant, I. Demaret, G. Scantamburlo, M. Ansseau

In het kader van het BBEMG-project onderzoekt de afdeling psychoneuroendocrinologie (team PNE) idiopathische overgevoeligheid voor omgevingsfactoren, toegeschreven aan elektromagnetische velden (IEI-EMF), ook wel elektrogevoeligheid of elektrohypersensitiviteit (EHS) genoemd. Ons voornaamste doel is om elektrohypersensitiviteit te bestuderen vanuit het gezichtspunt van de psychoneuroendocrinologie.

Het team PNE heeft een nieuw protocol voor IEI-EMF ontwikkeld. De nieuwe studie kadert in het al eerder door het team PNE verrichte onderzoek. Behalve verder onderzoek naar het vermogen van deelnemers om velden waar te nemen en de symptomen die ze daarbij ondervinden, wordt ook rekening gehouden met psychoneuroendocrinologische parameters. De deelnemers worden onderworpen aan een bloedonderzoek en een (dubbelblinde) provocatietest met een magnetisch veld van 50 Hz.

Voorbije activiteitenverslagen

 

2009-2013

C. Rocha, M. Crasson, M. Ansseau

In de loop van de vier jaren beëindigden we het onderzoek "Beoordeling van de klinische en psychische effecten van blootstelling aan een 50 Hz magnetisch veld op de cognitieve prestaties en later optredende symptomen." We hebben 135 deelnemers bestudeerd, waaronder meer dan 60% vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 45 jaar. We vonden hogere niveaus van angst, depressie, negatieve affectiviteit, psychische symptomen en symptoomversterking bij de elektrosensitieve personen in vergelijking met de controlegroep. Alleen positieve affectiviteit en gezondheidsgerelateerde opvattingen verschillen niet tussen de groepen onderling.

Wat de cognitieve tests betreft, was er vóór de blootstelling een significant verschil tussen de elektrosensitieve personen en de controlepersonen. De D2-vragenlijst beoordeelt de visuele aandacht en het concentratievermogen. De elektrosensitieve personen waren minder efficiënt...

Het dient aangestipt dat de symptomen die worden gemeld door elektrosensitieve personen echt zijn, zelfs al kunnen ze niet "objectief" aan elektromagnetische velden worden toegeschreven. In deze studie benadrukten we immers het onvermogen van elektrosensitieve personen om de aanwezigheid van een magnetisch veld met extreem lage frequentie beter te kunnen bepalen dan de controlegroep.

Door de gesprekken met de elektrosensitieve deelnemers en hun toenemende vraag om iets te ondernemen, waren we bereid om een psychisch zorgprogramma met elektrosensitieve-patiënten te ontwikkelen. Aangezien cognitieve gedragstherapie doeltreffend blijkt bij tal van andere onverklaarde syndromen, zou het ook nuttig moeten zijn voor elektrosensitieve patiënten. Dit is een hypothese die in sommige onderzoeken reeds naar voren werd gebracht. In het literatuuroverzicht van Rubin et al. (2006), stelden we vast dat in drie van de vier onderzoeken die de doeltreffendheid van cognitieve gedragstherapie voor elektrosensitieve personen testen, de resultaten voor de experimentele groep beter waren dan voor de controlegroep (vermindering van subjectief lijden, van de ernst van de symptomen en van het onvermogen alsook van het aantal personen dat zichzelf als elektrosensitief beschreef). In vergelijking met andere oplossingen (afscherming of EMF antioxidantsuppletietherapie) is cognitieve gedragstherapie doeltreffender.

Het doel van ons onderzoek is gericht op de ondersteuning van psychische symptomen met psychotherapie gestructureerde cognitieve gedragsoriëntatie...

Tot nu toe kregen 8 elektrosensitieve patiënten 10 sessies cognitieve gedragstherapie. We kunnen een verbetering vaststellen in alle onderzochte aspecten en een vermindering van de waargenomen impact van elektriciteit op het welzijn in verschillende domeinen van het leven. Cognitieve gedragstherapie kan elektrosensitieve personen helpen om zich beter te voelen.

Zie onze module Elektromagnetische hypergevoeligheid voor meer informatie over dit onderwerp.

2005-2009

M. Crasson, S. Nevelsteen, J.J. Legros, M. Ansseau

Overgevoeligheid voor elektriciteit (EHS) - Idiopathische omgevingsintolerantie toegeschreven aan elektriciteit

Overgevoeligheid voor elektriciteit, of elektrogevoeligheid, door de Wereldgezondheidsorganisatie ook idiopathische omgevingsintolerantie toegeschreven aan elektriciteit genoemd, heeft betrekking op klachten van bepaalde personen in verband met het gebruik of de nabijheid van elektrische installaties of apparaten.

Dit onderzoek heeft tot doel deze aandoening beter te kenschetsen (noteren van de symptomen, de bronnen enz., met behulp van een speciaal ontworpen vragenlijst) en de factoren te begrijpen die een rol spelen in het ontstaan of de instandhouding van dit probleem. Personen die klagen over overgevoeligheid voor elektriciteit of zich vragen stellen over dit verband worden vergeleken met controleproefpersonen zonder klachten in verband met de blootstelling aan elektromagnetische velden. We hebben cognitieve (werkgeheugen, concentratie), psychologische (psychologische ontreddering, welzijn, enz.) en psychofysiologische (geëvoceerde cognitieve potentialen: P300 en VCN) parameters geselecteerd. Deze evaluatie omvat een halve dag klinische onderzoeken (bloedonderzoek, cognitieve testen, psychofysiologische registraties, een gesprek, een korte open provocatietest) of drie halve dagen (een halve dag evaluatie + twee halve dagen met een dubbelblinde provocatietest). Het studieprotocol werd door een ethische commissie goedgekeurd.

We hebben 77 vragenlijsten ontvangen, waarvan er 55 werden geanalyseerd. Uit de gegevens van deze speciaal ontworpen vragenlijst (M. Crasson) blijkt dat de EHS-proefpersonen vaak hoogopgeleide personen en vaker vrouwen zijn. Ze vertonen veel en diverse symptomen, waarvan sommige vergelijkbaar zijn met die waargenomen bij het hyperventilatiesyndroom. Ze melden ook een groter aantal omgevingsintoleranties. De verergerende en verbeterende factoren zijn vaak van omgevingsoorsprong en geassocieerd met de perceptie van blootstelling aan elektromagnetische velden. Het vermijden van de blootstelling en de schermen worden vaak gebruikt als strategie om de situatie aan te kunnen. Hoewel hun probleem het welzijn negatief beïnvloedde, was de meerderheid van de EHS-proefpersonen in staat om te gaan werken en buiten te komen. De proefpersonen binnen deze populatie weten het probleem meestal aan de radiofrequenties. Zeer weinig proefpersonen klagen over velden met zeer lage frequenties.

Uit de gegevens van de psychologische schalen (a= 26 EHS) blijkt een hoger niveau van psychologische ontreddering, depressiesymptomen en angst dan binnen de controlegroep. De studieopzet laat niet toe om te bepalen of het gaat om een oorzaak of om een gevolg van de elektrogevoeligheid. Een hoger angstniveau kan evenwel een kwetsbaarheidsfactor zijn in het ontstaan en de instandhouding van een omgevingspathologie en/of een grotere psychologische ontreddering.

Zevenentwintig proefpersonen hebben deelgenomen aan de registratie van de geëvoceerde potentialen en 30 aan de cognitieve evaluatie (werkgeheugen- en concentratietests). We merken een statistisch significante vertraging van de gemiddelde reactietijd in het paradigma met waarschuwingssignaal (CNV) en een kleiner aantal geanalyseerde punten van de concentratietest D2. De elektrofysiologische gegevens tonen geen verschillen tijdens deze prestatietaken. Bijgevolg kunnen we veronderstellen dat de controleproefpersonen gemotiveerder waren om deze taak snel uit te voeren, die als een uitdaging beschouwd werd. Het groter aantal fouten waargenomen in de EHS-groep in het oddball-paradigma (P300) zou geïnterpreteerd kunnen worden als een kleiner onderscheidingsvermogen en moet verder onderzocht worden.

Tot slot blijkt uit de "open field"-provocatietest dat de 14 EHS-proefpersonen die aan deze en de dubbelblinde test deelgenomen hebben, meer symptomen melden wanneer ze blootgesteld worden aan een magnetisch veld van 50 Hz (20 µT), wetend dat ze werkelijk blootgesteld worden. In de dubbelblinde provocatiestudie daarentegen, was de EHS-groep alleen in staat toevallig de aanwezigheid van een magnetisch veld waar te nemen.

Er zijn communicatiestrategieën opgezet over overgevoeligheid voor elektriciteit (EHS) op basis van individuele informatie, de website van de BBEMG, conferenties en cursussen en de samenwerking met andere teams uit andere disciplines.

2001-2005

M. Crasson & J.J. Legros

Experimentele studies: De rol van informatie op de melding van symptomen

Doelstellingen: het doel van dit onderzoek was het analyseren van het belang van de perceptie van risico's als pathogene factor voor elektromagnetische hypergevoeligheid en meer specifiek de rol van verwachtingen en overtuigingen. Wij analyseerden de rol van verwachtingen en de effecten van een acute blootstelling aan een magnetisch veld van 50 Hz en 400 microT op de cognitieve prestaties, de melding van symptomen en bepaalde psychologisch en fysiologische parameters met inbegrip van de urinaire concentratie van 6-sulfatoxymelatonine.

Methode: 74 vrijwilligers werden op at random wijze toegewezen aan 5 groepen. Deze laatste verschilden door de aard van de informatie (positief, negatief of neutraal) die werd gegeven ten aanzien van de verwachte effecten van de blootstelling op de cognitieve prestaties en de aard van de blootstelling (reëel of gesimuleerd) (groep "+": positieve informatie en gesimuleerde blootstelling; groep "-": negatief en gesimuleerd; groep "+/-": neutraal en gesimuleerd; groep "expo": neutraal en reëel; groep "controle": geen informatie en geen blootstelling).

Resultaten en conclusies: de gegeven informatie wijzigt niet significant de overtuigingen. Geen enkel verschil werd aangetoond tussen de 5 groepen wat betreft de aard van de informatie/blootstelling en de cognitieve prestaties, de melding van symptomen, de stemming, de waakzaamheid, de bloeddruk, de hartfrequentie of de urinaire concentratie van 6-sulfatoxymelatonine.

De melding van symptomen is niet gecorreleerd met de overtuiging te zijn blootgesteld aan een magnetisch veld of met de reële blootstelling. Om beter te begrijpen wat tot de melding van symptomen leidt, hebben wij een regressie-analyse uitgevoerd. Vier psychologisch variabelen (angsttoestand, tevredenheid op de visueel-analoge schaal (VAS), positieve affectiviteit, tevredenheid en comfort in de helm) werden opgenomen in het regressiemodel (R2 aangepast = 0,32, F(4,66) = 9,37, p < 0,001). Dit model verklaart meer dan 30% van de melding van symptomen en ondersteunt de hypothese dat de melding van symptomen grotendeels beïnvloed wordt door een psychologisch proces van angst (Pennebaker, 1994).

In de context van onze studie, met een populatie van mannen in goede gezondheid, zonder symptomen van angst, maakt de aard van de gegeven informatie het niet mogelijk de verwachte veranderingen ten aanzien van de gemeten parameters te induceren. Het lijkt adequaat een meer alarmerende boodschap te gebruiken die in staat is meer emoties op te wekken en somatische, emotionele en cognitieve reacties uit te lokken toegeschreven aan de blootstelling aan een magnetisch veld en tevens de impact te onderzoeken van de informatie en de blootstelling aan elektromagnetische velden bij personen met kenmerken van elektromagnetische hypergevoeligheid en met name bij vrouwen.

Klinische onderzoeksactiviteiten - Omgevingsgebonden idiopathische intolerantie, elektromagnetische hypergevoeligheid, overgevoeligheid voor elektriciteit

Elektromagnetische hypergevoeligheid attributed to electricity is een zelfgedefinieerde aandoening waarbij individuen ongewenste effecten ervaren bij gebruik of in de nabijheid van apparaten en uitrusting die elektrische, magnetische of elektromagnetische velden genereren. De meeste studies werden in Scandinavische landen uitgevoerd en maken melding van dermatologische klachten bij personen die met een computer werken. Steeds meer individuen klagen evenwel over een algemeen syndroom van neurasthenische aard, dat zich ook uitbreidt tot andere bronnen van niet-ioniserende stralen: hoogspanningslijnen en systemen voor mobiele telefonie. Het gebruik van de term "lektrosensibiliteit" impliceert niet rechtstreeks een oorzakelijk verband tussen elektromagnetische velden en de gemelde symptomen, zoals blijkt uit provocatiestudies. De oorsprong van "elektromagnetische hypergevoeligheid" of "overgevoeligheid voor elektriciteit" lijkt multifactorieel te zijn en dit heterogene syndroom vereist een multidisciplinaire benadering ten aanzien van de diagnose en de behandeling.

In dit project wordt de vraag naar elektromagnetische hypergevoeligheid van nabij onderzocht met behulp van klinische interviews, evaluaties en opvolging van personen die verklaren overgevoelig te zijn voor elektromagnetische velden. Een overzicht van literatuur werd gepubliceerd in de European Review of Applied Psychology (Crasson, M. (2005). Revue Européenne de Psychologie Appliquée, 55(1):51-67).

Bij 20 personen met klachten van elektromagnetische hypergevoeligheid werden onderzoeken en soms een opvolging uitgevoerd. Aangezien de personen vaak van ver komen, organiseren wij de evaluatie doorgaans op een dag met inbegrip van de anamnese en de klinische evaluatie (M. Crasson), een bloedafname en een medisch onderzoek (Prof. J.J. Legros) evenals het opsturen van een bloedmonster naar de VITO voor genetisch onderzoek. Het medisch onderzoek is vereist om alle specifieke aandoeningen te identificeren en te behandelen die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de beschreven symptomen.

Provocatietests werden uitgevoerd als de blootstelling aan elektromagnetische velden tot rechtstreekse reacties leidt en als de betrokkene dit aanvaardt (11 personen). In deze tests kon niet worden aangetoond dat de betrokken individuen in staat waren de blootstelling aan elektromagnetische velden waar te nemen (9 tests met magnetische velden van 50 Hz en 2 tests met radiofrequenties). Geen enkele aanwijzing voor een causaal verband tussen de symptomen van elektromagnetische hypergevoeligheid en blootstelling aan magnetische velden van 50 Hz of "GSM"-velden werd waargenomen.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan het beheersen van symptomen van elektromagnetische hypergevoeligheid, aan informatie in verband met de effecten van elektromagnetische velden op de gezondheid, en aan de opvolging van overgevoelige personen. Een gestandaardiseerd interview en een lijst van vragenlijsten werden geanalyseerd en opgesteld teneinde deze personen in de toekomst te evalueren.

1999-2000

Gevoeligheid voor elektriciteit

M. Crasson, L. Verschaeve, P. Pirotte, M-T. Hagelstein, J-J. Legros

In de Eenheid Psychoneuro-endocrinologie zijn enkele vermoede gevallen van "elektromagnetische hypergevoeligheid" waargenomen. Deze personen zeggen gevoelig te zijn voor artificiële elektromagnetische velden van zeer lage frequentie (ELF) of voor een fenomeen dat optreedt bij gebruik van elektriciteit. Er zijn medische en psychologische evaluaties en provocatiestudies uitgevoerd om dit " syndroom " te identificeren en beter te karakteriseren.

Er zijn bloedstalen naar het VITO gestuurd voor genetische tests (L. Verschaeve). In sommige gevallen zijn in woongebieden metingen van M-velden verricht door Professor P. Pirotte en zijn urinestalen genomen voor dosering van aMT6s (de metaboliet van melatonine). De verschillen zijn zo groot dat er geen uniform profiel uit naar voren komt. De inconsistentie van de resultaten van de medische onderzoeken en de provocatiestudies laat vermoeden dat het potentiële verband tussen de elektromagnetische velden (EM-velden) en de symptomen complex is, beperkt tot bepaalde condities, en onderhevig aan andere, ongepaarde stoorfactoren. Er zijn meer klinische studies vereist om dit "syndroom" beter te begrijpen.

Publicaties

Publicaties in het kader van de activiteiten van de BBEMG

 Ledent, M., Beauvois, V., Demaret, I., Ansseau, M., Scantamburlo, G. (2015). Champs électriques et magnétiques 50 Hz et santé : quel message au grand public ? Rev Med Liege 2015, 70(4),172-178.
>> See a free pdf version

Communiqué SPF Santé Publique, Sécurité de la Chaîne Alimentaire et Environnement dans le Journal du Médecin du vendredi 14 décembre 2007: « Champs électromagnétiques et santé », co-rédaction Marion Crasson (docteur en psychologie, chercheur qualifié à la Faculté de Médecine) et Jacques Vanderstraeten, experts scientifiques.

Nevelsteen, S., Legros, J.J., Crasson, M. (2007).
Effects of information and 50 Hz magnetic fields on cognitive performance and reported symptoms.
Bioelectromagnetics
, 28(1): 53-63.

Crasson, M. (2005).
Champs électromagnétiques et santé.
Médecine du travail et ergonomie, XLII, N°1, 2005.

Crasson, M. (2005).
L'hypersensibilité à l'électricité: une approche multidisciplinaire pour un problème multifactoriel. Revue de la littérature.
Revue européenne de psychologie appliquée, 55, 51-67.

Crasson, M. (1998).
Le médecin généraliste et les risques pour la santé en relation avec l'environnement. Partim : "Les champs électromagnétiques de très basses fréquences".
Université de Liège, Faculté de Médecine. 22p.

Crasson, M., Legros, J.J. (1997).
Bestaat er een verband tussen 50-60 Hz elektromagnetische velden en het risico op kanker ?
Tempo Medical, September 1997:74-86.

Crasson, M., Legros, J.J. (1997).
Existe-t-il une relation entre les champs électromagnétiques 50-60 Hz et le risque de cancer.
Tempo Medical, Septembre 1997:74-86.

Crasson, M., Timsit-Berthier, M., Legros, J-J. (1992).
Les champs électromagnétiques ont-ils un effet sur la santé ? Revue de la littérature.
Psychologie Médicale, 24 (11):1205-1215.

Andere publicatiedomeinen

See publications in Open Repository and Bibliography (ORBi, ULg):

Aanvullende informatie

Meer informatie over dit onderzoeksterrein? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Share on Facebook

Laatste update op 21/12/2016

Zie ook...

Health

Gezondheid

Na ongeveer 40 jaar onderzoek naar de effecten 50 Hz EMV op de gezondheid zijn de resultaten nog steeds onbeslist. Zie een overzicht van recent onderzoek.

Problematiek van gezondheid risico's >>
Hypersensitivity

Elektromagnetische hypergevoeligheid

Wat mensen hebben een brede waaier aan niet-specifieke klachten en symptomen die zij toeschrijven aan elektriciteit of EMV. Dit resulteert in verschillende gradaties van ongemak en gezondheidsklachten. (...)

Elektromagnetische hypergevoeligheid >>